Pleeggezinnen verdienen steun voor hulp aan uit huis geplaatste kinderen

Pleeggezinnen verdienen steun voor hulp aan uit huis geplaatste kinderen

12 mei 2022 om 08:00 door Peter 1 reactie

header-7.png

Uithuisplaatsingen van kinderen zijn de laatste tijd veelvuldig in het nieuws. Berichtgeving over de kinderen van gedupeerden van de toeslagenaffaire die uit huis geplaatst zijn, over de ervaringen van jongeren in de gesloten jeugdzorg en berichten over het uitblijven van de juiste hulp voor uit huis geplaatste kinderen zijn hiervan voorbeelden. Uit alles blijkt dat er veel moet verbeteren in de hulp voor deze kinderen en hun ouders. Felle reacties in het publieke debat naar aanleiding van deze berichten zijn dan ook begrijpelijk. Maar in het debat wordt iedereen die een rol heeft in de jeugdzorg, waaronder ook pleeggezinnen, ten onrechte in een kwaad daglicht gesteld.

We zien steeds vaker dat er vraagtekens worden gezet bij de rol van pleegouders, zowel in de publieke opinie als in de politiek. Daarbij komen insinuaties voorbij dat pleegouders het ‘voor het geld’ zouden doen en dat ze kinderen bij hun eigen ouders weg zouden houden. Of dat pleegouders willen voorkomen dat kinderen weer bij hun eigen ouders gaan wonen. 

Hiervan is geen sprake. Pleegouders hebben geen financieel motief: ze zorgen vrijwillig voor een pleegkind en ontvangen hiervoor enkel een kostenvergoeding. Voor contact met de ouders wordt door een rechter of door de jeugdbescherming een omgangsregeling vastgesteld. Omdat blijvend contact met ouders vaak in het belang van het kind is, wordt in de pleegzorg hard gewerkt om de samenwerking tussen ouders en pleegouders vorm te geven, hoe lastig dit ‘gedeeld opvoederschap’ af en toe ook is. Ook over de terugplaatsing van een kind beslist de jeugdbescherming of een rechter. Woont een pleegkind langer dan een jaar bij een pleeggezin, dan kan de pleegouder in bepaalde gevallen aan een rechter vragen om te toetsen of die beslissing in het belang van het kind is. Die mogelijkheid is wettelijk vastgelegd om de positie van pleegouders – die net als de positie van ouders in de besluitvorming rond uithuisplaatsingen zwak is – te versterken bij beslissingen rond bij hen geplaatste kinderen. Van deze mogelijkheid maken pleegouders weinig gebruik.

De berichtgeving over de zorgvuldigheid van beslissingen over uithuisplaatsingen hebben effect op pleegouders. Uit onderzoek dat wij als Nederlandse Vereniging voor Pleeggezinnen deden, blijkt dat sommige pleegouders zijn gaan twijfelen: doe ik wel het goede als pleegouder, is er genoeg gedaan om dit kind en het gezin in een vroeg stadium te helpen en een uithuisplaatsing te voorkomen? Dat steekt en het schaadt het vertrouwen van pleegouders in de overheid en het jeugdzorgsysteem.

Het staat vast dat de zorg voor kwetsbare kinderen en gezinnen beter moet en dat alles in het werk gesteld moet worden om uithuisplaatsingen te voorkomen en, als het echt niet anders kan, alle processen zeer zorgvuldig te volgen en daarbij de juiste afwegingen te maken. Maar als een kind dan toch ergens anders moet wonen, zijn pleeggezinnen onmisbaar: zij vangen nu ongeveer de helft van de kinderen op die (tijdelijk) niet thuis kunnen wonen. Opgroeien in een gezin is het beste voor een kind en daarom is het wenselijk dat een groter deel van de kinderen die niet thuis kunnen wonen opgevangen wordt in een gezin. Het is voor kinderen belangrijk dat zij stabiele gehechtheidsrelaties kunnen opbouwen met vertrouwde opvoeders die een veilige basis bieden. Pleegouders bieden pleegkinderen deze veilige basis in hun eigen gezin. In een rapport van de Universiteit Leiden over knelpunten bij uithuisplaatsingen, dat deze week verscheen en gemaakt is in opdracht van de Tweede Kamer, pleiten wetenschappers dan ook voor ‘voldoende mogelijkheden voor stabiele plaatsingen in pleegzorg’. 

Maar er is al jaren een tekort aan pleeggezinnen, waardoor er niet voldoende plaatsen beschikbaar zijn om pleegkinderen op te vangen. Ook de stabiliteit van plaatsingen is regelmatig in het geding. Om een pleegkind een stabiele plaats te kunnen bieden, hebben pleegouders, kinderen en ouders ondersteuning van professionals nodig, moet specialistische aanvullende jeugdhulp laagdrempelig beschikbaar zijn en moeten pleegouders voldoende toegerust zijn om het pleegouderschap vol te houden. Deze hulp en ondersteuning is niet altijd voldoende beschikbaar, waardoor pleeggezinnen stoppen met pleegzorg. Dit betekent dat een pleegkind overgeplaatst moet worden, wat negatieve gevolgen heeft voor de ontwikkeling van het kind. Het is daarom nodig om te investeren in het vinden van nieuwe pleeggezinnen, maar vooral in het ondersteunen en behouden van bestaande pleeggezinnen. 

Pleeggezinnen vangen vanuit overtuiging een kind op en bieden stabiliteit en een veilige basis in hun eigen gezin. Daarbij is (ook) voor pleegouders het belang van het kind leidend. Dat verdient waardering en een stevig steuntje in de rug, geen verwijten of insinuaties over verkeerde intenties.

Peter van der Loo is pleegouder en directeur van de Nederlandse Vereniging voor Pleeggezinnen. Reageren kan via pvanderloo@denvp.nl

Reacties

  1. Helma Helma Schreef op 12 mei 2022 om 19:20:29

    Wij zijn al ruim 20 jaar pleegouder en al 20 jaar geleden hoorden wij via vrienden/kennissen dat mensen over ons zeiden dat we het alleen voor het geld zouden doen. Ik moest daar altijd hartelijk om lachen, omdat die mensen absoluut niet beseffen wat er allemaal bij komt kijken. En, helaas, in Amerikaanse films, zijn pleegouders altijd de slechteriken. Daarom is het beeld in Nederland (denk ik) ook vrij negatief. Heel jammer...

Plaats een reactie

Sluiten