Ons telefoonnummer: 030-293 1500 Ons e-mailadres: info@denvp.nl

Special: verkiezingen 2017

Politiek en pleegzorg - wat zeggen de verkiezingsprogramma's over pleegzorg?

Op 15 maart kun je naar de stembus voor de Tweede Kamerverkiezingen. De verkiezingscampagnes zijn losgebarsten en alle partijen proberen jou ervan te overtuigen dat zij het beste met jou en met Nederland voor hebben. Wij zochten uit wat de partijen in hun verkiezingsprogramma’s over pleegzorg en pleeggezinnen schrijven. Geen stemadvies, maar een handige manier om je op de hoogte te stellen van de plannen van de partijen voor de komende vier jaar.

Op deze pagina vind je een overzicht van de twaalf partijen die volgens de peilingen kans maken op minimaal één zetel in de Tweede Kamer. PvdA, CDA, ChristenUnie, DENK en SGP hebben het over pleegzorg, de andere vijf partijen lichten in het verkiezingsprogramma hun plannen voor de jeugdzorg toe.

PVV en 50PLUS
De PVV en 50PLUS spreken in hun verkiezingsprogramma niet over jeugd- of pleegzorg. Dat wil niet zeggen dat zij niets vinden van jeugdzorg: de PVV stelde in juli 2016 nog vragen over het gestegen aantal acute uithuisplaatsingen en 50PLUS is erg begaan met zorg. Daarbij noemen ze regelmatig de jeugdzorg, maar de nadruk ligt op zorg voor ouderen.

Partijen

Klik hieronder op een politieke partij om te zien wat hun plannen voor jeugd- en pleegzorg zijn.  

VVD

Als kinderen niet meer in een veilige omgeving kunnen opgroeien en het belang van het kind aantoonbaar wordt geschaad, treedt de overheid op. Daar waar mogelijk moet een oplossing worden gezocht binnen het gezin. Het kind staat centraal. Hiervoor moet integraal gewerkt worden, gestimuleerd door een uitkomstenbekostiging.

Om problemen bij kinderen zo vroeg mogelijk te kunnen signaleren, willen wij een stevige verbinding tussen de jeugdhulp, de jeugdgezondheidszorg en het onderwijs. Dit kan door de jeugdarts slim in te zetten en samenwerking tussen de verschillende domeinen te stimuleren. Door problemen of achterstanden bij kinderen vroeg te signaleren, kunnen kinderen zonder zorgen opgroeien en kunnen we zware zorg op latere leeftijd zo veel mogelijk voorkomen.
• Op consultatiebureaus moet een betere screening komen op hechtingsproblematiek in gezinnen. Zulke problematiek leidt vaker tot kindermishandeling, problemen tijdens het opgroeien of persoonlijkheidsproblematiek op latere leeftijd. Kinderen met hechtingsproblematiek kunnen vaak geen band opbouwen met anderen, waardoor als zij later zelf kinderen krijgen dit weer leidt tot kinderen met hechtingsproblematiek. Door op tijd in te grijpen, tijdens de eerste vier levensjaren, kunnen we problemen sneller aanpakken.
• Wij vinden het onrechtvaardig om in het geval van kindermishandeling het kind uit zijn vertrouwde omgeving weg te halen en de dader niet aan te pakken. Voor een kind is het heel belangrijk dat het kan opgroeien in een vertrouwde, veilige omgeving. Bij kindermishandeling moet daarom de dader uit huis worden geplaatst in plaats van het kind. Wij willen kinderen alleen uit huis plaatsen als er vanwege hun eigen veiligheid geen andere mogelijkheid is. Om te voorkomen dat de situatie uit de hand loopt, willen wij dat vaker een tijdelijk huisverbod wordt opgelegd. Zo kan in alle rust worden bekeken hoe de veiligheid van het kind kan worden geborgd.
• Kindermishandeling en –misbruik kunnen effectief worden bestreden door een meldplicht voor alle professionals in te stellen. Hulpverleners moeten vermoedens van kindermishandeling daarom altijd melden bij Veilig Thuis. Hulpverleners zijn dusdanig opgeleid dat zij een goed onderscheid kunnen maken tussen echte kindermishandeling en bijvoorbeeld blauwe plekken die tijdens het spelen zijn ontstaan. De hulpverleners zijn nog steeds vrij om het kind en de ouders zelf te blijven behandelen, maar moeten de vermoedens van mishandeling wel melden. Daarnaast moet het makkelijker worden om deze gevoelige informatie veilig te delen met andere betrokken hulpverleners, zodat zij op de hoogte zijn van de vermoedens of signalen van kindermishandeling.

Gemeenten moeten onafhankelijke cliëntondersteuning aanbieden aan iedereen die dat wil. Als er vragen zijn over de zorg, behoefte is aan een luisterend oor of hulp nodig is bij het indienen van een aanvraag, moet de ondersteuner altijd klaarstaan. Of het nu gaat om zorg, onderwijs, jeugdhulp, werk of wonen. En als je niet tevreden bent over de aangeboden hulp, heb je recht op een andere ondersteuner.

Privacy
In het bijzonder willen we de privacy van kinderen waarborgen. Zeker als ze in een kwetsbare positie zitten en onder toezicht van jeugdzorg staan. Alleen ambtenaren die betrokken zijn bij de zorg krijgen in beveiligde systemen toegang tot de gegevens van kinderen. Andere ambtenaren niet. Gemeenten moeten dit zo snel mogelijk op orde brengen. Burgemeesters hebben wel toegang, zodat ze eventueel kunnen ingrijpen als het mis dreigt te gaan.

Bron: verkiezingsprogramma VVD

Partij van de Arbeid

Jeugdhulp
 • Met de jeugdwet kunnen gemeenten eindelijk doen wat nodig is: kinderen en gezinnen dichtbij en snel hulp bieden. De schotten tussen de jeugdzorg en jeugd-ggz zijn verdwenen; dat is een grote verbetering. Maar er is nog veel verbetering mogelijk, volgens het principe ‘1 gezin, 1 plan, 1 hulpverlener’.
 • Wij willen ouders het recht geven op een familiegroepsplan, zodat zij zelf, samen met hun netwerk, de regie houden over de hulpverlening voor hun kind. Dit is het plan van mensen zélf in plaats van het plan van de hulpverlener. Niet langer het aanbod, maar de hulpvraag staat centraal. Indien nodig wordt het plan beoordeeld door een jeugdbeschermer met een ‘veiligheidsbril’ op, vanuit het belang van het kind.
 • Als kinderen echt niet meer thuis kunnen wonen, zien wij liever dat ze in huis worden geplaatst in een pleeggezin of gezinshuis. Alleen als dit écht niet in het belang van het kind is wordt overgegaan tot plaatsing in een instelling.
• Goede samenwerking tussen gemeenten, verloskundigen, consultatiebureaus en scholen is cruciaal. Door problemen vroegtijdig te signaleren voorkomen we escalatie en zorgen we dat kinderen zo snel mogelijk de juiste zorg krijgen. Gemeenten moeten zorgen voor voldoende expertise in de wijkteams op het gebied van kindermishandeling, verstandelijke beperkingen en jeugd-ggz.
• We willen zorgen voor een soepele overgang tussen jeugdzorg, die loopt tot 18 jaar oud, en de zorg voor diezelfde jongere als die 18 is geworden.

Bron: verkiezingsprogramma PvdA

CDA

Zorg voor de jeugd
Helaas heeft niet ieder kind een onbezorgde jeugd. Problemen thuis, op school, maar ook fysieke of gedragsproblemen kunnen de ontwikkeling van een kind belemmeren. Wij komen op voor het recht van alle kinderen om zich binnen de eigen mogelijkheden maximaal te ontwikkelen. De overheveling van de jeugdzorg naar de gemeenten heeft nog niet opgeleverd wat we hoopten. Er is nog een wereld te winnen door sneller maatwerk te leveren in de juiste hulp voor het kind en onnodige bureaucratie terug te dringen. Het is daarom van belang dat ouders die vastlopen terecht kunnen bij het Advies- en Klachtenbureau Jeugdzorg. Voor kinderen moet de Kindertelefoon beschikbaar blijven. Wachtlijsten in de jeugdzorg zijn voor ons onaanvaardbaar.

Als het echt niet lukt om kinderen thuis veilig te laten opgroeien bieden pleegouders hulp. Hun inzet verdient al onze waardering en ondersteuning. Om de abrupte overgang van pleegzorg naar zelfstandig wonen beter te organiseren, willen wij meer ruimte om de pleegzorg na de achttiende verjaardag te verlengen, als dat in het belang van de jongere is.

Bron: verkiezingsprogramma CDA

ChristenUnie

Effectieve ondersteuning
Door de jeugdzorg te decentraliseren heeft het Rijk het vertrouwen uitgesproken in gemeenten dat zij samen met de jeugdzorgaanbieders de jeugdhulp kunnen organiseren. In eerste instantie is ingezet op zorgcontinuïteit. Om de transformatie naar de bedoeling te laten slagen zal er verder ingezet gaan worden op preventie en vroegsignalering, zodat kinderen eerder worden geholpen en verergering van klachten wordt voorkomen. Want ouders en kinderen zijn erbij gebaat als op het juiste moment de juiste zorg beschikbaar is. Zo licht of zo zwaar als nodig is.

De individualisering is doorgeslagen, er worden in onze samenleving hoge eisen aan kinderen en jongeren gesteld. Als een kind daar niet aan kan voldoen, leidt dat te vaak tot medicalisering. Kinderen al jong belasten met een diagnose is niet altijd in het belang van het kind. Onnodige medicalisering moet worden voorkomen. In het hulpverleningstraject willen we de eigen kracht en de netwerken van gezinnen inzetten en versterken. Jeugdhulp moet beschikbaar zijn voor alle kinderen en ouders die ondersteuning nodig hebben.

Om snel hulp te kunnen aanbieden is het belangrijk om de zorg dicht bij school te organiseren. Dit kan door het onderwijs te betrekken bij de inkoop van de jeugdzorg door de gemeente. Het is ongewenst om leraren met steeds meer zorgtaken te belasten. Zij horen zich primair bezig te houden met het onderwijs. Door expertise in de school te halen kunnen leerkrachten eenvoudig zorg erbij halen, zo wordt ingezet op preventie en wordt voorkomen dat op termijn doorstroming naar duurdere en zwaardere vormen van zorg nodig is. Tegelijkertijd ontlast het de leerkracht die met zijn of haar zorgen over een kind terecht kan bij een professional, die de zorg overneemt.

Als kinderen (tijdelijk) niet thuis kunnen wonen vervullen pleegouders en gezinshuizen een belangrijke rol, ze bieden kinderen een gezin waar ze zich veilig kunnen voelen, waar ze liefde en aandacht krijgen en waar ze gewoon kind kunnen zijn. In sommige gevallen biedt pleegzorg en een gezinshuis geen oplossing. Via een rechterlijke uitspraak worden kinderen in ernstige probleemsituaties onder toezicht gesteld en uit huis geplaatst. De voogdij voor deze kinderen wordt neergelegd bij de instelling die deze kinderen opvangt. De voogdijregel zorgt er vervolgens voor dat niet de gemeente waar de kinderen vandaan komen maar de gemeente waar deze instellingen zich bevinden de zorg moet vergoeden. Dit betekent dat enkele gemeenten waar deze gespecialiseerde instellingen zich bevinden de dure zorg voor kinderen uit andere gemeenten betalen en grote tekorten hebben op hun jeugdzorgbudget. Het voogdijbeginsel moet daarom aansluiten bij het woonplaatsbeginsel. De gemeente waar een kind vandaan komt, betaalt voor de zorg.

Kindermishandeling is een groot probleem en komt te vaak voor. Kinderen hebben het recht om veilig te zijn, om beschermd te worden tegen kindermishandeling. De gevolgen van mishandeling kunnen groot zijn. Daarom is het belangrijk dat er extra wordt ingezet op het voorkomen en stoppen van kindermishandeling.
•De krachten te bundelen van zorgprofessionals en politici om de eerste 1001 kritieke dagen van een kind zo goed mogelijk te laten verlopen.
•Een nationaal programma om kindermishandeling tegen te gaan. Met een uitgekiende campagne waarbij alle kinderen en volwassenen voorlichting krijgen over waar ze terecht kunnen voor advies en hulp. Duidelijke afspraken met scholen, kinderopvang en zorginstellingen om kindermishandeling te melden en te bestrijden;
• Het stimuleren en bevorderen van psychische gezondheid bij kinderen en ouders, extra inzet op het voorkomen van depressies en suïcide onder jongeren;
• Het krachtig tegengaan van verslavingen onder jongeren, zoals alcohol-, drugs-, game- en gokverslaving;
• Een goede verbinding tussen onderwijs en zorg zodat kinderen snel geholpen worden;
• Voorlichting geven aan kinderen over gezonde relaties;
• Voorlichting over digiveiligheid op scholen en aan ouders. Kinderen bewust en veilig leren omgaan met internet en sociale media;
• Extra inzet op initiatieven waarin ouders andere ouders ondersteunen, sprekende voorbeelden zijn Home-Start en de Family Factory.

Ruimte voor gezinnen
Een coördinerend minister voor Jeugd en Gezin,die zorgdraagt voor een samenhangend overheidsbeleid voor gezinnen en kinderen.

Asielprocedures
Kindhuwelijken opsporen en meisjes in pleeggezinnen plaatsen.

Bron: verkiezingsprogramma ChristenUnie

D66

Zorgen voor kwetsbare kinderen: jeugdhulp
Er zijn helaas veel kwetsbare kinderen en jongeren die hulp nodig hebben. Deze kinderen moeten die hulp krijgen. Daarvoor is het nodig dat de, soms vele, instellingen die daarvoor zorgen, samenwerken en maatwerk leveren. Bij de uitwisseling van persoonsgevoelige gegevens tussen deze instellingen mag de privacy van het kind en zijn ouders niet uit het oog worden verloren. De behoeften van het kind staan daarbij centraal. D66 was en is daarom voorstander van de decentralisatie van de jeugdhulp, met uitzondering van de jeugd-GGZ. Die overgang is nog maar net begonnen. De decentralisatie krijgt vorm, maar er is ook nog veel onrust door wachtlijsten en een gebrek aan uniformiteit. Eén van de problemen bij de jeugdhulp is dat de zorgaanbieders te veel administratieve last ervaren. De gemeenten ervaren op hun beurt dat de gegevens niet juist of op tijd worden aangeleverd. D66 wil daarom dat de overheid faciliteert dat gemeenten eenzelfde standaard voor die administratie gaan gebruiken. De inbedding van de jeugd-GGZ verdient bijzondere aandacht omdat er aan de ene kant behoefte is aan nauwe samenwerking met de brede jeugdhulp en aan de andere kant ook met psychische, psychiatrische en bredere medische zorg.

Gemeenten worden gestimuleerd om regionaal samen te werken om de beschikbaarheid van schaarse en vaak dure zorg zeker te stellen. Zorgaanbieders zullen zich met behoud van professionaliteit sector overstijgend moeten richten op gemeenten en regio’s. Zo kan de effectiviteit van de zorg omhoog en kunnen administratieve lasten omlaag. De primaire verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij gemeenten die daar, binnen landelijke kwaliteitskaders, de ruimte voor krijgen. Daarbij moedigt D66 gemeenten en aanbieders aan burgers te betrekken bij de inrichting van hun jeugdhulp.

D66 zal in de komende kabinetsperiode inzetten op het verder ontwikkelen en flexibiliseren van de jeugdgezondheidszorg, gericht op vroegsignalering, vroeg-interventie en een betere aansluiting op de jeugdhulp. D66 wil dat het Familiegroepsplan meer wordt toegepast.

Het tegengaan van kindermisbruik en mishandeling hebben bijzondere aandacht. De veiligheid van kinderen moet beter geborgd worden in de jeugdhulp door een betere signalering en snelle interventies. Waarheidsvinding moet voorop staan, zodat alle partijen – allereerst het kind – gehoord worden. Wij zien een abrupte overgang van intensieve begeleiding naar hulp op afstand wanneer kinderen achttien jaar worden. Dat gaat soms ten koste van deze jongvolwassenen. We willen voorkomen dat kinderen wanneer zij achttien worden, volledig van de zorgradar verdwijnen, zonder dat dit in de weg staat van hun vrijheid en zelfstandigheid. D66 wil dat de komende jaren gezocht wordt naar en geëxperimenteerd wordt met oplossingen.

Bron: verkiezingsprogramma D66

DENK

Meer aandacht voor jeugdzorg en pleegzorg 
DENK vindt dat de zorg voor jongeren met een beperking en pleegkinderen meer aandacht behoeft. De nieuwe Jeugdwet biedt de kaders, maar de invulling kan veel beter. DENK is daarom:
• Vóór een landelijk vastgestelde basis voor de jeugdzorg aan de hand van landelijke prestatie-indicatoren
• Vóór het versterken van de expertise in de gemeentelijke jeugdteams. De jeugdteams mogen geen doorverwijsclubje worden, maar moeten wijkhulpteams zijn
• Vóór een betere matching tussen pleegouders en biologische ouders, omdat de situatie van pleegzorg altijd uitgaat van terugkeer naar de biologische ouders
• Vóór het toegankelijk houden van het speciaal onderwijs voor kinderen die voor hun cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling daar voordeel bij hebben. Wij maken een einde aan de neiging om kinderen zonder passende ondersteuning te plaatsen in het regulier onderwijs

Wettelijk vastgelegde gemeentelijke basiszorg
DENK vindt het zorgelijk dat het over de schutting gooien van zorgtaken naar gemeenten op het gebied van thuiszorg en jeugdzorg ertoe hebben geleid dat mensen verschillende kwaliteit van zorg en andere uiteenlopende voorzieningen krijgen. DENK is daarom:
• Vóór één wettelijk vastgelegd pakket van gemeentelijke basiszorg, vastgesteld op basis van landelijk vastgestelde prestatie-indicatoren

Bron: verkiezingsprogramma DENK

GroenLinks

Het onderwijs, de kinderopvang, peuterspeelzalen, voor- en vroegschoolse educatie en jeugdzorg worden gestimuleerd om hechter samen te werken. In het bijzonder worden zij wettelijk en financieel gestimuleerd brede voorzieningen te ontwikkelen, zoals kindcentra. Kinderen kunnen gedurende de hele dag formele en informele programma’s volgen met ruimte voor sport, spel, cultuur en natuur.

Bron: verkiezingsprogramma GroenLinks

Partij voor de Dieren

• Geen eigen bijdrage voor jeugdzorg.
• Verschillen tussen gemeenten in het aanbod en de kwaliteit van jeugdhulp zijn onaanvaardbaar. Als blijkt dat gemeenten de benodigde jeugdhulp niet kunnen bieden als gevolg van de bezuinigingsslag die gemaakt is bij de transitie van de jeugdzorg naar de gemeenten, dan wordt deze bezuiniging ongedaan gemaakt.

Bron: verkiezingsprogramma Partij voor de Dieren

SGP

Zorg voor jeugd
De gemeente is sinds kort verantwoordelijk voor jongeren die extra hulp en ondersteuning nodig hebben. Iedere gemeente gaat daar anders mee om. Het is de taak van het Rijk om de kaders van de Jeugdwet te handhaven. Op zich te rechtvaardigen verschillen moeten wel gewoon kunnen blijven bestaan. Knelpunten zijn de onnodige administratieve rompslomp en het feit dat de zorg voor jongeren abrupt eindigt als ze 18 worden. In sommige gevallen is het gezin helaas geen veilige plaats voor kinderen. Dat is triest voor alle betrokkenen. De overheid moet dan ingrijpen. Dat is overigens alleen gerechtvaardigd als de veiligheid van het kind in gevaar is. Het zou goed zijn als zo’n ingrijpende maatregel beperkt blijft tot een zo kort mogelijke termijn.

• De Rijksoverheid dient erop toe te zien dat gemeenten voldoen aan hun verplichting om identiteitsgebonden hulp te bieden.
• In de jeugdhulpverlening moet ervoor gezorgd worden dat op landelijk niveau voldoende specialistische expertise aanwezig is, zodat kinderen niet tussen wal en schip vallen.
• De overheid moet ingrijpen wanneer de veiligheid van kinderen bedreigd wordt. Meldingen van kindermishandeling moeten wel uiterst zorgvuldig worden getoetst, zodat gezinnen niet onterecht aan een belastend onderzoek onderworpen worden.
• Als kinderen inderdaad bij de ouders weggehaald moeten worden, dient het verzoek daartoe deugdelijk onderbouwd te zijn. Dat wil zeggen: recht doend aan de principes van hoor- en wederhoor en het recht op second opinion. De rechter moet dat goed nagaan. Alle vrouwen krijgen informatie over speciaal op hun noodsituatie afgestemde alternatieven voor abortus. Alternatieven als adoptie, pleegzorg, financiële ondersteuning, het regelen van huisvesting en opvang moeten nadrukkelijk verkend worden met iedere vrouw die hulp zoekt. De Inspectie moet op de naleving hiervan streng toezien.

Pleegzorg en adoptie
Het is het allermooist als kinderen bij hun eigen ouders opgroeien. Dat is natuurlijk en het is vertrouwd. Er zijn echter gevallen waarin dat helaas niet (meer) mogelijk is. Er moet dan gezocht worden naar een passend alternatief. Soms kan dat dichtbij, bij familie of andere bekenden. Maar vaak moet er op zoek worden gegaan naar een oplossing verder weg. Pleegzorg of adoptie is voor deze kinderen een uitkomst. Opvang in een pleeggezin verdient trouwens de voorkeur boven verblijf in een instelling. Dat zit ‘m in de meerwaarde van de stabiliteit en beslotenheid van een gezin. Daarom is de beschikbaarheid van voldoende pleegouders en adoptieouders van groot belang. Zulke ouders verdienen voluit de steun van de overheid.

• Er dienen goede voorzieningen voor pleegouders te zijn, waaronder een toereikende pleegoudervergoeding en royale verlofregelingen. Het pleegkind mag bijvoorbeeld niet gedupeerd worden door gesteggel over de kosten van leerlingenvervoer.
• Bij werving en selectie van pleegouders mogen pleegouders niet op grond van godsdienst of levensovertuiging worden uitgesloten.
• Bij een afnemend aantal adoptiekinderen uit het buitenland verdient het aanbeveling om meer aandacht te vragen voor vormen van langdurige pleegzorg.
• Adoptie is een langdurig proces. De termijnen en de procedures die gelden dienen -waar mogelijk- verkort en vereenvoudigd te worden.
• Ook de kosten van adoptie moeten verlaagd worden.
• Adoptie van kinderen uit andere landen moet mogelijk blijven. Dit onder de restricties die het Haags Adoptieverdrag al stelt.
• Justitie dient actief op te treden tegen misstanden zoals kinderhandel en illegale adoptie.
• Justitie dient actief op te treden tegen misstanden als kinderhandel en illegale adoptie.
• De mogelijkheid voor paren van hetzelfde geslacht om kinderen te adopteren, moet worden geschrapt.

Bron: verkiezingsprogramma SGP

SP

Onze jeugd, onze toekomst
Waarom wordt er zoveel geklaagd over jongeren, terwijl we allemaal jong zijn geweest? Hoe kan het dat zoveel jongeren vastlopen in de jeugdzorg? Hoe zorgen we ervoor dat kinderen kunnen blijven spelen op straat?

• Jongerenwerkers zijn onmisbaar en bieden jongeren een beter perspectief in de eigen wijk. We zijn voor laagdrempelige jeugdzorg, dicht bij de jongeren in de buurt. We zetten in op goed bereikbare en professionele wijkteams, waar ook voldoende kennis aanwezig is.
• We stoppen de marktwerking in de jeugdzorg, de zorg voor jongeren wordt laagdrempelig in de buurt aangeboden, door instanties die onder toezicht staan van de inspectie. De wachtlijsten in de jeugdzorg en jeugd-ggz worden bestreden. We herstellen het recht op zorg voor alle kinderen.
• De mogelijkheden voor begeleiding en nazorg in het kader van de jeugdzorg na de 18e verjaardag worden verruimd. De gemeenten houden de regie, zodat de overgang van 18- naar 18+ goed verloopt.

Bron: verkiezingsprogramma SP

Terug

Sluiten