Ons telefoonnummer: 030-293 1500 Ons e-mailadres: info@denvp.nl

Wat vooraf ging

Wat vooraf ging

Het moment dat je je pleegkind voor de eerste keer zag, herinner je je dat nog? Hoe was het begin van de periode waarin jullie deel zijn gaan uitmaken aan elkaars leven? Van wat daaraan vooraf ging weet je soms maar weinig. Toch is die voorgeschiedenis ontzettend belangrijk, hoe oud of jong je pleegkind ook is.

Van wie ben jij er eentje?

Het is een vraag die je vroeger vaak hoorde: van wie ben jij er eentje? Je was er dan ‘een van De Wit’. Of van timmerman De Vries, of misschien wel van de dominee. Meteen hadden mensen dan een beeld van wie jij was. Dat klopte natuurlijk nooit, maar toch laat het wel heel goed zien wat we nu soms vergeten: je identiteit wordt voor een belangrijk deel gevormd door je ouders en je familie.

Van Dale omschrijft identiteit als ‘een eigen karakter’. Maar eigenlijk is het breder: het is je hele persoonlijkheid, inclusief zaken als cultuur, achtergrond en (familie)geschiedenis.

Identiteit ontwikkelen betekent: zelf iemand worden met al je kwaliteiten en mogelijkheden. Daarin speelt dat verleden altijd door en daarom is het goed om oog te hebben voor de geschiedenis van je pleegkind. Want als die er mag zijn, mag je pleegkind er zijn.

Zoektocht


Eigenlijk hebben pleegkinderen een extra opdracht in het ontwikkelen van hun identiteit. Zij moeten het feit dat zij niet bij hun eigen ouders opgroeien leren accepteren en een manier vinden om in die dubbele werkelijkheid te leven. De stress die veel pleegkinderen ervaren, maakt dat zij vaak in de overlevingsstand staan en dat hun identiteitsontwikkeling op de tweede plaats komt. Aan het ‘ik’ komen zijzelf en hun pleegouders door alle stress en onrust te weinig toe.

Wat kun je doen?

Wat het verhaal van je pleegkind ook is: ieder kind heeft recht om het grote plaatje te zien. Waar kom ik vandaan? Wat is mijn verhaal? Door aandacht te geven aan de eigen familie, zeg je eigenlijk tegen je pleegkind: zij mogen er zijn, dus jij mag er zijn. Dat geeft een basis om ook in het pleeggezin wortel te schieten, want het helpt je pleegkind te begrijpen dat zij niet hoeven te kiezen.

Tips

Veel pleegkinderen houden op school een spreekbeurt over het feit dat zij pleegkind zijn. Vraag bij de voorbereiding of zij niet ook wat meer over hun eigen familie willen vertellen. Dat helpt hen, maar ook de andere kinderen begrijpen dat je als pleegkind altijd deel blijft van je ‘gezin van herkomst’.

Spreek niet negatief over de eigen ouders van je pleegkind, maar ontken ook niet hoe het werkelijk is. Stelt je pleegkind vragen over de eigen ouders? Geef dan eerlijk antwoord. Benoem dat papa of mama altijd papa of mama zal blijven, heel veel van hen houdt of iets dergelijks.

Probeer te voorkomen dat de eigen ouders worden ‘doodgezwegen’. Een mooie manier om de verbinding met eigen ouders te onderstrepen, is bijvoorbeeld het uiterlijk: “Van wie heb je die mooie ogen, toch?””Jij hebt de krullen van papa!” Of leg de link tussen het talent van je pleegkind en de eigen ouders: “Hé, mama kan ook piano spelen, net als jij!” of “je wordt net zo’n goede voetballer als je vader!”

Vul samen met je pleegkind een Levensboek in. Dat geeft inzicht in wie hij is, waar hij vandaan komt en wie zijn familie is. Het is een prachtige manier voor om het grote plaatje te gaan zien en je kind te helpen begrijpen dat de biologische ouders en familie geen ‘slechte mensen’ zijn.

Terug naar Zorgen voor je pleegkind

Sluiten