Ons telefoonnummer: 030-293 1500 Ons e-mailadres: info@denvp.nl

Hechting

Hechting

Veilig gehecht?

Binnen pleegzorg wordt veel gesproken over hechting. Dat is niet voor niets. Maar: wat is hechting eigenlijk? En waarom is het zo’n belangrijk onderwerp?

Wat is hechting?

Volgens Wikipedia is hechting ‘de duurzame affectieve relatie tussen een kind en één of meer opvoeders’. Het omschrijft de mate waarin kinderen vertrouwen kunnen vinden bij een volwassene en zich aan diens nabijheid kunnen overgeven, bijvoorbeeld in geval van stress. 

Kinderen of mensen die veilig gehecht zijn, kunnen andere mensen dichtbij laten komen. Ze zijn in staat om troost, steun en hulp te accepteren en kunnen zich veilig en beschermd voelen. En dat niet alleen: ze kunnen zelf ook weer een hechtingsfiguur worden voor andere mensen en uiteindelijk ook als vader of moeder. De mate waarin een kind in staat is om zich te hechten, hangt van geweldig veel factoren af. Sommige spelen al voor de geboorte, tijdens de zwangerschap, een rol. We weten bijvoorbeeld dat het wel of niet gewenst zijn van een kind, of stress tijdens de zwangerschap, invloed heeft op de ontwikkeling van het kind.

Hoe ontwikkelt hechting zich?

De hechtingsrelatie tussen ouder(s) en kind is de basis voor een gezonde ontwikkeling. Zoals gezegd krijgt die relatie al voor de geboorte vorm. Nadat een kind ter wereld is gekomen, is het kind volledig afhankelijk van zijn omgeving om in zijn/haar behoeften te voorzien. Eten, drinken, warmte, genegenheid en verzorging zijn nodig om goed te overleven en harmonieus op te groeien. De eerste drie maanden is een baby nog niet selectief in het “uitzoeken” van verzorgers, maar na 3 maanden krijgt de baby voorkeur en reageert selectief op de aanwezigheid van bepaalde personen.

Na vijf à zes maanden komt één persoon centraal te staan (exclusieve hechting). Het hoogtepunt van de exclusieve hechting is de eenkennigheidsperiode, na zeven à acht maanden. Als de verzorgers responsief reageren op de behoeften van het kind, dan vindt veilige hechting plaats. Er is sprake van basisvertrouwen: het kind heeft geleerd op eigen houtje dingen te ondernemen, ook tegen de wil van de verzorgers in, zonder dat hij bang hoeft te zijn hun liefde kwijt te raken.

Veilig of onveilig

Een goede hechtingsrelatie is op te vatten als een beschermende laag rond de persoonlijkheid, die de weerbaarheid om het leven aan te kunnen, vergroot. Uit onderzoek weten we dat van alle kinderen zo’n 65% veilig gehecht is en dat bij 35% sprake is van minder veilige of onveilige hechting.

Pleegkinderen en hechting

Bij vrijwel alle pleegkinderen is er sprake van onveilige hechting. Het feit dat zij niet meer bij de eigen ouder(s) wonen geeft daar vaak ook al voldoende aanleiding toe. In veel gevallen spelen de situatie en gebeurtenissen in het gezin van herkomst ook een rol. Bijvoorbeeld wanneer zij in hun vroege jeugd (babytijd) geen of weinig respons hebben gehad op signalen die zij afgaven. Dat leidt tot ‘onveilige hechting’: het niet kunnen ontwikkelen van een basisgevoel van veiligheid

In een enkel geval is er zelfs sprake van een hechtingsstoornis. Daar kunnen talloze redenen voor zijn, zoals emotionele problemen bij de moeder, een problematische bevalling, vroeggeboorte waardoor het kind een aantal dagen of weken in een couveuse heeft doorgebracht of andere bronnen van stress.

In de literatuur worden drie typen onveilige hechting beschreven:

  • Vermijdend-gehechte kinderen hebben, na veelvuldig te zijn afgewezen, geleerd geen beroep meer te doen op hun ouders als ze stress ervaren. Deze kinderen richten hun pijn, verdriet of angst eerder naar binnen, of reageren agressief bij spanning. In sociale contacten houden ze liever afstand, ze kunnen hun eigen boontjes wel doppen.
  • Ambivalent-gehechte kinderen zijn vooral onzeker door het sterk wisselende, inconsistente gedrag van hun ouders. Ze zoeken voortdurend nabijheid, zijn soms erg aanhankelijk, passief of boos. Ze missen het zelfvertrouwen van een veilig gehecht kind.
  • Een derde groep kinderen is gedesorganiseerd/verstoord-gehecht aan de ouders. Van deze kinderen wordt ook wel gezegd dat ze een ‘verstoorde gehechtheidsrelatie’ met hun ouders hebben. Deze kinderen zijn doorgaans opgegroeid met ouders die zowel een bron van steun als een bron van angst zijn, bijvoorbeeld doordat de ouders het kind mishandelen of omdat ze depressief zijn. Of doordat een ouder het kind niet kan beschermen tegen het geweld dat plaatsvindt in het gezin. Het jonge kind kan zich niet aanpassen aan deze onoplosbare paradox en laat daarom vreemd, gedesorganiseerd gedrag zien. Dit kan het zoeken van nabijheid bij vreemde mensen zijn, of gaan huilen als het zijn ouder weer ziet na een korte scheiding. Oudere kinderen kunnen extreem angstig, controlerend en bazig gedrag laten zien. 

Hechting en pleegouder-zijn

Hechting is één van de spannendste thema’s in pleegzorg. Ga maar na: je wilt als pleegouder graag liefde, warmte en veiligheid geven aan je pleegkind. Dat is wat je te bieden hebt en wat je hen zo ontzettend gunt. Mooier kan niet, toch? Maar veel pleegkinderen zijn zó onveilig gehecht, dat ze zich met al die liefde en nabijheid geen raad weten. Dat leidt tot stress en die stress leidt tot allerlei gedrag waar je heel wat mee te stellen kunt hebben. Sommige pleegkinderen zijn overdreven meegaand en willen altijd pleasen. Anderen zeggen juist overal ‘nee’ tegen en doen wat ze kunnen om jou weg te duwen en op afstand te houden. Het kan zelfs leiden tot agressie, het vernielen van spullen of het moedwillig beschadigen van zichzelf. Het gevoel van onmacht dat je daar als pleegouder bij kunt voelen kan immens zijn. Want als liefde, warmte en aandacht zo’n averechts effect hebben, wat werkt dan nog wél?

Afstand en nabijheid

Pleegzorg gaat altijd over hechting en soms over hechtingsstoornissen. Met name dat laatste kan veel van je vragen. Het gedrag van je pleegkind kan op hele subtiele manieren onder je huid kruipen en dat is soms erg vermoeiend.

Inmiddels weten we dat bij kinderen met een verstoorde hechting herstel weldegelijk mogelijk is. Al is de weg daarnaartoe geen makkelijke. Over wat de beste manier is om met kinderen met hechtingsproblemen om te gaan, lopen de meningen uiteen. “Volhouden en blijven proberen nabijheid te vinden”, zeg de één. “Eerst maar even afstand houden”, zegt de ander. Allebei kan lastig zijn, omdat het tegen jouw gevoel of tegen dat van je pleegkind ingaat. Bespreek met je pleegzorgwerker wat voor jou de beste weg is en, heel belangrijk: als je samen voor je pleegkind zorgt, zorg dan dat je echt op één lijn zit en steun elkaar in alles.

Perspectief

Lange tijd werd er gedacht dat kinderen met een onveilige hechtingsproblematiek zich niet of moeilijk zouden kunnen hechten. Inmiddels is er bewijs dat door onder andere sensitieve opvoeding van pleegouders pleegkinderen zich wel kunnen hechten. En dat het niet betekent dat een kind per definitie niet zou kunnen hechten.

Verdiepen

Meer weten over hechting? Voor pleegouders is dat eigenlijk een ‘must’. Veel pleegzorgorganisaties hebben thema-avonden of een cursus over hechting. Het is een aanrader om eens zo’n avond te bezoeken. Al is het maar om met andere pleegouders ervaringen uit te wisselen.

BIJ ONS - thuis in pleeggezin en gezinshuis

BIJ ONS heeft een online magazine gemaakt over het onderwerp trauma en gehechtheid. Het magazine is beschikbaar op hun website.

Lees het magazine

Literatuur

Er is ook veel literatuur beschikbaar. Hieronder staan links naar relevante boeken en websites vermeld.

Boeken:

Online lezen

Blogs over hechting

  1. Samen staan we sterker

    11 januari 2017 10:00 door Caroline 7 reacties

    jongetje duo.jpg

    Dit is het verhaal van moeder Caroline (38 jaar). Haar gezin bestaat uit vader Johan (38) en dochters Marlies (11) en Elise (9). Ze is nu ruim drie jaar pleegmoeder van Angela* (14). Situatie nu: haar pleegdochter woont in een instelling voor verstandelijk beperkte kinderen vanwege een lichte beperking en hechtingsproblematieken. Daarnaast heeft ze ook een behoorlijk trauma (PTSS).

    Lees meer over "Samen staan we sterker"

    Labels:

Terug naar Zorgen voor je pleegkind

Sluiten