Ons telefoonnummer: 030-293 1500 Ons e-mailadres: info@denvp.nl

De eigen ouders en familie

De eigen ouders en familie

Het contact met ouders en familie is belangrijk voor een pleegkind. Daarvoor is er een omgangsregeling vastgesteld, zodat contact mogelijk blijft. Dit kan echter ook lastig en tijdrovend zijn, of veel energie kosten. Hoe geef je de ouders en familie een plekje in het leven van een pleegkind?

BIJ ONS

“We haalden die middag mijn nichtje (4) en neefje (2) op bij mijn zus. Het was deze keer niet voor een logeerpartijtje. Mijn zus had zelf jeugdzorg gebeld met de mededeling dat de kinderen niet meer veilig bij haar konden zijn. Het was een trieste bedoening: donker, rommelig en mijn zus nauwelijks aanspreekbaar. We vertelden de kinderen dat ze met ons mee zouden gaan. Linda vroeg meteen: ‘Voor altijd?’ Wij bevestigden dat het voor heel lang was. Linda verzamelde speelgoed en wij kleren. Ze hadden al vaker bij ons gelogeerd, maar nooit allebei tegelijk. We hebben één logeerkamer. We stopten alles in vuilniszakken. Nadat we mijn zus dikke kussen hadden gegeven, stapten we in de auto. Even was het stil op de achterbank. Er was veel te overdenken voor de kinderen. Toen vroeg Linda: ‘Tante Tineke, als we nu allebei bij jullie komen, waar moet Bertje dan slapen als ik in mijn eigen kamer slaap?”

BIJ ONS schreef veel verhalen over de eigen familie. Bijvoorbeeld in het themanummer samenwerken met ouders, maar ze schreven ook over broertjes en zusjes. Ook in de themanummers oudercontacten en ouders komt het onderwerp aan bod. 

FAQ omgang en biologische ouders

  • Wie heeft er recht op omgang met mijn pleegkind?

    Laatst gewijzigd op: 29-12-2016


    Ieder kind heeft recht op omgang met zijn ouders én met personen met wie het een nauwe persoonlijke betrekking heeft, zoals bijvoorbeeld de opa en oma van het kind of de biologische vader van het kind. De hoofdregel is dat ouders recht hebben op omgang met hun kind, zelfs als ze geen gezag meer hebben. In sommige gevallen heeft de rechter bepaald dat een ouder geen recht op omgang heeft. De voogd of gezinsvoogd heeft het overzicht van de personen die recht hebben op omgang met je pleegkind. De (gezins)voogd zal ook in overleg met de pleegouder de frequentie van de omgang (hoe vaak, wanneer en waar) vaststellen.

    Vaststelling omgangsregeling of beëindiging omgang    

    De rechter kan een omgangsregeling vaststellen op verzoek van de ouders of degene die een nauwe persoonlijke betrekking met het kind heeft.  Ook heeft de rechter de mogelijkheid om de omgang te ontzeggen. Hiertoe gaat de rechter alleen over als er sprake is van een van de volgende gevallen: 

    • Omgang leidt tot ernstig nadeel voor de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van het kind.
    • De ouder of degene met wie het kind een nauwe persoonlijke betrekking heeft, is ongeschikt of wordt niet in staat geacht om omgang met het kind te hebben.
    • Het kind dat twaalf jaar of ouder is, heeft laten weten dat het ernstige bezwaren heeft tegen omgang met zijn ouder of degene met wie het een nauwe persoonlijke betrekking heeft.
    • De omgang is in strijd met zwaarwegende belangen van het kind.
  • Kan mijn pleegkind zelf een omgangsregeling verzoeken of wijzigen?

    Laatst gewijzigd op: 30-12-2016


    Een pleegkind kan de rechter vragen een omgangsregeling op te stellen of te wijzigen. Het pleegkind kan gebruik maken van de volgende opties:

    • Informele rechtsingang 

    De informele rechtsingang houdt in dat het pleegkind de rechtbank kan opbellen of een brief schrijft aan de rechter waarin het vraagt of er een omgangsregeling kan worden vastgesteld of gewijzigd. Het kind heeft hiervoor geen advocaat nodig. De rechter is verplicht om het verzoek in behandeling te nemen als het kind 12 jaar of ouder is. De rechter neemt een verzoek van een kind jonger dan 12 jaar alleen in behandeling als de rechter denkt dat het kind zijn belangen voldoende kan inschatten. Wanneer de rechter het verzoek van een kind in behandeling neemt, zal hij een gesprek voeren met het kind en andere belanghebbenden. Daarna neemt de rechter een beslissing over de omgang. 

    • Bijzondere curator         

    Als er een conflict is over de omgang tussen het kind en de ouder(s) met gezag of de voogd, dan heeft het kind de mogelijkheid om een bijzondere curator aan te vragen, door te bellen naar de rechtbank of een brief te schrijven aan de rechter. De bijzondere curator komt op voor de belangen van het kind. De bijzondere curator zal altijd proberen te bemiddelen, maar kan ook een procedure opstarten namens het kind en vragen of er een omgangsregeling kan worden vastgesteld of gewijzigd.

    • De geschillenregeling    

    Als een pleegkind onder toezicht is gesteld en er een conflict is met de gezinsvoogd van de gecertificeerde instelling over de omgang, dan kan een pleegkind van 12 jaar of ouder gebruik maken van de geschillenregeling om het conflict voor te leggen aan de rechter.  De geschillenregeling moet via een verzoekschriftprocedure worden ingediend, waarbij het verplicht is om een advocaat in te schakelen. De rechter zal proberen de partijen nader tot elkaar te brengen.  Lukt dit niet, dan neemt de rechter een beslissing die hij wenselijk acht in het belang van het kind en waar de partijen zich bij de verdere uitvoering van de ondertoezichtstelling aan moeten houden.  

    Hulp van de Kinder- en Jongerenrechtswinkel   

    Wanneer een kind gebruik wil maken van de informele rechtsingang of een bijzondere curator wil aanvragen, kan het de hulp vragen van de vrijwilligers van de Kinder- en Jongerenrechtswinkel (KJRW). Zij kunnen het kind helpen bij het opstellen van een brief aan de rechter. Op de website van de KJRW kun je meer informatie vinden over het werk van de KJRW en een KJRW bij jou in de buurt zoeken.

  • De omgang met de ouders is belastend voor mijn pleegkind. Wat kan ik hier als pleegouder aan doen?

    Laatst gewijzigd op: 08-05-2017


    Wanneer de omgang met de ouders of een ander familielid of bekende belastend is voor je pleegkind, dan is het raadzaam dit eerst te bespreken met de gecertificeerde instelling en/of de pleegzorgaanbieder. Wellicht dat een gesprek hierover al heel wat kan opleveren. Je kunt bijvoorbeeld vragen om een lagere frequentie zodat de omgang minder belastend is voor je pleegkind of je kunt vragen of er begeleiding bij de omgang kan zijn. Je hebt de mogelijkheid om een vertrouwenspersoon mee te nemen naar dit gesprek. Dit kan iemand uit je omgeving zijn, maar ook een vertrouwenspersoon van het AKJ. De vertrouwenspersonen die werkzaam zijn bij het AKJ kunnen je ondersteunen in het gesprek. Meer informatie vind je op de website van het AKJ.

    Geschillenregeling

    Indien een gesprek met de gecertificeerde instelling en/of de pleegzorgaanbieder niet het gewenste resultaat oplevert, heb je ook de mogelijkheid om gebruik te maken van de geschillenregeling. Let wel, dit is alléén mogelijk als je pleegkind met een ondertoezichtstelling in je pleeggezin is geplaatst. Je kunt het geschil voorleggen aan de rechter door een verzoekschrift in te dienen bij de rechtbank. Hiervoor heb je een advocaat nodig.  Voordat de rechter een beslissing neemt over de omgang, zal hij bekijken of er mogelijkheden zijn om in onderling overleg tot een oplossing te komen. Als dat niet mogelijk blijkt, kan de rechter bepalen wat hij in het belang van het kind acht en kan hij concrete aanwijzingen geven over wat er vervolgens moet gebeuren. Als de rechter zijn uitspraak heeft gedaan, is het niet mogelijk om hiertegen in beroep te gaan.          

  • Kan ik omgang hebben met mijn pleegkind nadat het is overgeplaatst?

    Laatst gewijzigd op: 29-12-2016


    In principe kun je omgang hebben met je pleegkind nadat het is overgeplaatst. Als het niet lukt om omgang te hebben met je voormalig pleegkind, dan kun je de rechter vragen een omgangsregeling vast te stellen. Hiervoor moet je een advocaat inschakelen, die een verzoekschrift voor je indient bij de rechtbank. Je moet in dit verzoekschrift aantonen dat er een nauwe persoonlijke betrekking bestaat tussen jou en je pleegkind, bijvoorbeeld door te stellen dat je het kind hebt verzorgd en opgevoed in je gezin. Het is vervolgens aan de rechter om te bepalen of dit voldoende is om je aan te merken als een persoon die een nauwe persoonlijke betrekking heeft met het kind en of het verzoek tot het vaststellen van een omgangsregeling in behandeling wordt genomen.          

    Vaststelling of ontzegging omgangsregeling       

    Indien de rechter je aanmerkt als een persoon die een nauwe persoonlijke betrekking heeft met het kind, zal de rechter het belang van het kind op omgang afwegen tegen het belang van alle betrokkenen. Als de rechter van mening is dat het in het belang van het kind is om omgang met jou als voormalig pleegouder te hebben, dan kan hij een omgangsregeling vaststellen. Ook heeft de rechter de mogelijkheid om de omgang te ontzeggen. Hiertoe gaat hij over als een van de volgende gevallen zich voordoet:

    • omgang leidt tot ernstig nadeel voor de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van het kind;
    • je bent ongeschikt of wordt niet in staat geacht om omgang met het kind te hebben;
    • het kind dat twaalf jaar of ouder is, heeft laten weten dat het ernstige bezwaren heeft tegen de omgang;
    • de omgang is in strijd met zwaarwegende belangen van het kind.           
  • Moet ik als pleegouder rekening houden met het geloof, de levensovertuiging of culturele achtergrond van de ouders?

    Laatst gewijzigd op: 29-12-2016


    Bij de plaatsing van een pleegkind in een pleeggezin, zijn de gemeente, de gecertificeerde instelling en de pleegzorgaanbieder verplicht om zoveel mogelijk rekening te houden met het geloof, de levensovertuiging en culturele achtergrond van het kind en diens ouders. Dit betekent niet dat een pleegkind geplaatst moet worden in een pleeggezin met dezelfde godsdienstige gezindheid, levensovertuiging of culturele achtergrond van de ouders, maar wel dat er geen beslissingen genomen mogen worden die daarmee onverenigbaar zijn. In de praktijk is de pleegouder verantwoordelijk voor de opvoeding van het pleegkind. De gecertificeerde instelling moet erop toezien dat de pleegouders geen beslissingen nemen die haaks staan op het geloof, de levensovertuiging of culturele achtergrond van de ouders.            

Terug naar Zorgen voor je pleegkind

Sluiten