Ons telefoonnummer: 030-293 1500 Ons e-mailadres: info@denvp.nl

Zorgen voor je pleeggezin

Zorgen voor je pleeggezin

Heb je weleens mensen gesproken die in hun jeugd een pleegbroertje of –zusje hebben gehad? Zij vertellen verhalen over afwisseling, plezier en speelkameraadjes, maar soms ook over stress, onrust of zelfs onveiligheid. Fiet van Beek en Joke Stellingwerf schreven er een boekje over: Gezellig & irritant. Veertien portretten waarin eigen kinderen van pleegouders vertellen over hun ervaringen. Een aanrader!

“Ze zijn me allemaal even lief…”

Vanaf het moment dat je pleegkind voor het eerst de deur binnenstapt, krijgt hij of zij een plekje in je hart. Maar hoe creëer je ook plek in je gezin? Daar blijken pleegouders heel verschillende keuzes in te maken.

Tijdens een NVP-netwerkbijeenkomst vertelde een pleegvader: “Voor mij zijn ze allemaal hetzelfde. Ze hoort er helemaal bij en ik maak geen enkel onderscheid. Dat zou ik ook heel erg onrechtvaardig vinden”. Andere pleegouders moesten daar toch wel even over nadenken. “Mmm, denken je eigen kinderen  daar net zo over?”, zei de één. Iemand anders vulde aan: “Wij doen af en toe iets apart met onze eigen kinderen. Dat hebben we allemaal echt nodig, anders raken we elkaar kwijt”. Zo maken we allemaal andere keuzes.

Wat is nu goed en wat niet? Tja: dat kun je alleen zelf bepalen. Wat is goed voor mijn pleegkind en wat hebben we zelf nodig? Daarbij is het opletten geblazen: die tweede vraag verlies je soms gemakkelijk uit het oog…

Leeftijd

Pleegouders houden bij het bepalen van hun aanbod vaak rekening met de leeftijd van hun eigen kind(eren). Dat is ook het advies vanuit pleegzorgaanbieders en meestal betekent dit: zorg dat je pleegkind(eren) jonger zijn dan je eigen kind(eren). Dat geeft afstand en doorkruist de onderlinge verhoudingen niet. Al blijft het dan een feit dat de jongste niet langer de jongste is en dus die speciale positie verliest. Dat kan er alsnog toe leiden dat de komst van een pleegkind toch ook als een inbreuk op de status quo wordt gezien.

Is er tussen eigen kinderen en pleegkinderen veel ruzie? Dan kan het zijn dat er een gevecht om de plek in het gezin gaande is. Je eigen kind voelt zich aangevallen of bedreigd, je pleegkind voelt dat er iets veroverd moet worden. Dat kan er heftig aan toe gaan! En hoe vaak je er ook iets van zegt: het gebeurt steeds weer. Want het onderliggende krachtenspel is gewoonweg te groot. Het heeft dan meer zin om te werken aan een gevoel van veiligheid dan om te proberen het gedrag zelf te stoppen.

Goed kijken

Veel eigen kinderen van pleegouders herkennen de neiging om zich wat terug te trekken als er dingen zijn waar ze zich druk om maken. “Papa en mama zijn al zó druk met mijn pleegbroertje, ik val ze nu maar niet lastig”. Of: “Mijn problemen zijn helemaal niet zo erg als die van haar, dus ik red me wel”. Omdat kinderen van nature altijd de neiging hebben om voor hun ouders te zorgen - ook al zou dit eigenlijk niet moeten - is dit gedrag goed te begrijpen. Maar: het betekent ook wel iets voor jou als pleegouder. Kennelijk kan de aandacht ongemerkt toch wat te veel naar je pleegkind gaan. Kijk dus goed naar je eigen kind zodat je contact blijft houden en hem of haar niet uit het oog verliest. Pas op dat je niet in de ‘geen-bericht-is-goed-bericht-valkuil’ trapt: kinderen kunnen ook andere redenen hebben om niets tegen je te zeggen. 

Praat af en toe met je partner over je eigen kind(eren). Hoe gaat het met hem of haar? Wat verandert er? Hoe is ons contact op dit moment?

Neem je eigen kind af en toe apart mee op stap,al is het maar om boodschappen te doen. Zodat hij of zij echt even jouw kind kan zijn, en jij even papa of mama. Voelt dat oneerlijk voor je pleegkind? Op een ander moment kun je dat eventueel met hem of haar doen.

Denk eens na over de vraag: zijn mijn kinderen en pleegkinderen echt gelijkwaardig? Waarin wel en waarin niet? Wat betekent dat voor mijn (pleeg)ouderschap?

Heeft je pleegkind een bezoekregeling? Misschien wil je eigen kind dat dan ook wel, maar dan met jou! Elke vier weken twee uurtjes op stap met papa of mama. Handig, want je pleegkind begrijpt het meteen.

Regel twee keer per jaar een apart gesprek tussen je kind(eren) en de pleegzorgwerker, waar jij zelf niet bij bent.

Gedraagt je zoon of dochter zich opvallend stil of juist boos en aanwezig? Ga dan niet meteen de strijd aan. Je kunt het gedrag ook als een bron van informatie zien, want misschien heeft hij of zij daar wel een goede reden voor.

Pleeggezin ben je niet alleen!

Misschien is het voor vrienden en familie van een pleeggezin niet altijd duidelijk wat het inhoudt om pleeggezin te zijn. De NVP heeft samen met Stichting Kinderpostzegels een animatiefilmpje gemaakt dat helpt om uit te leggen wat het betekent om een pleegkind in je gezin op te vangen.

Terug naar Een pleegkind in je gezin

Sluiten