Ons telefoonnummer: 030-293 1500 Ons e-mailadres: info@denvp.nl

Pleegkinderen vertellen in ‘Dit huis is een thuis’ over discriminatie

Pleegkinderen vertellen in ‘Dit huis is een thuis’ over discriminatie

24 juni 2020 om 11:00 door Lindy, Femmie 1 reactie

Na de dood van George Floyd ontstond er een wereldwijde discussie over raciale discriminatie. Er zijn demonstraties in Nederland en thema’s als ‘discriminatie’ en ‘etnisch profileren’ zijn actueel. Ook pleegkinderen hebben hiermee te maken. In het boek ‘Dit huis is een thuis’ vertellen ze hierover.

Gekleurde pleegkinderen met een niet-westerse culturele achtergrond ervaren raciale discriminatie wanneer anderen negatieve opmerkingen maken over hun afkomst, huidskleur of ogen. Kinderen op school of op straat noemen hen bijvoorbeeld ‘neger’, ‘spleetoog’ of ‘Chinees’.

Toen ik van de lagere school afkwam, zeiden mensen weleens: ‘Neger, ga terug naar je eigen land.’ Dan dacht ik: hoezo? Ik ben net zo Nederlands als jij.

‘Ik merkte vroeger dat ik er sneller werd uitgepikt als mijn vriendjes en ik kattenkwaad uithaalden. In ons dorp woonden niet veel donkere kinderen, dus ik viel wel op. Toen ik van de lagere school afkwam, zeiden mensen weleens: ‘Neger, ga terug naar je eigen land.’ Dan dacht ik: hoezo? Ik ben net zo Nederlands als jij. Er zijn wel mensen die discrimineren, maar dat zegt meer over hen dan over mij. Ze pakken me op iets van mijn roots, iets wat ik niet kan verstoppen. Dat is gemeen en onmenselijk.’ (Ayron, woont in een pleeggezin)

Net als Ayron vinden gekleurde pleegkinderen het meestal pijnlijk om discriminatie te ervaren. Sommige jongeren vinden het moeilijk om er iets van te zeggen, terwijl andere erover in discussie gaan. Zo zegt Naomi:

‘Mijn beste vriendin zei een keer ‘die neger’ toen ze over een donkere jongen sprak. Ik vroeg waarom ze dat zei. Ze reageerde: ‘Ja, maar jij bent anders.’ Ik zei dat ik helemaal niet anders ben en dat je iemand zo niet moet noemen. Zij realiseerde zich niet dat het voor mij ook een vervelende opmerking was.’ (Naomi, woont in een pleeggezin)

Een aantal jongeren geeft aan dat het helpt als ouders en leraren letten op mogelijke discriminatie en er met hen over praten. Wantz heeft ook deze ervaring:

‘Kinderen uit mijn klas op de basisschool reageerden weleens negatief op mij, bijvoorbeeld als ze het ‘n-woord’ – neger – gebruikten. Tegen een ander zeiden ze: ‘Jij rothond’, maar tegen mij: ‘Jij rotneger’. Ik was dan van de kaart; ik was boos, geïrriteerd of moest huilen. Ik vertelde het meestal wel aan mijn ouders. Mijn ouders zeiden dat het hun fout was en niet mijn fout. De leraren op de basisschool namen mij af en toe in bescherming. Ze zaten er wel bovenop eigenlijk. De andere kinderen kregen een standje als ze mij uitscholden.’ (Wantz, woont in een adoptiegezin)

Sheba vertelt dat het helpt om er zelf wat van te zeggen:

‘Het pesten met mijn huidskleur is er altijd geweest en dat zal nooit helemaal ophouden. Als kind waren het opmerkingen over mijn kleur, nu dingen als ‘ga terug naar je eigen land’. Het gebeurde laatst nog op mijn werk. Vroeger was ik er down en verdrietig door, nu laat ik het makkelijker los. Mij hebben ze niet meer zo snel. Ik trek mijn mond wel open tegenwoordig. Het helpt enorm als ik er wat van zeg.’ (Sheba, woont in een pleeggezin)

Meer verhalen lezen?

DitHuisIsEenThuisCoverVoor.jpgHoe is het om op te groeien in een multicultureel adoptiegezin, pleeggezin of gezinshuis? In ‘Dit huis is een thuis’ vertellen jongeren in de leeftijd van vijftien tot twintig jaar in zestien verhalen over hun ervaringen. De niet-westerse culturele achtergrond van de jongeren is divers en te herleiden naar verschillende landen van afkomst: China, Curaçao, Dominicaanse Republiek, Ethiopië, Ghana, Guatemala, Guinee, Haïti, Marokko, Suriname, Taiwan, Turkije, Zuid-Afrika en Zuid-Korea. Naast de verhalen van jongeren vind je in het boek een hoofdstuk over opvoeden in een multicultureel gezin vanuit het perspectief van wetenschappelijk onderzoek en de praktijk.

‘Dit huis is een thuis. Opgroeien in een multicultureel adoptie- of pleeggezin’
Auteurs: Femmie Juffer, Lindy Popma en Monique Steenstra; fotografie: Lilian van Rooij
Uitgeverij DATO-Lecturis

Het boek verscheen met steun van Stichting Kinderpostzegels Nederland en Fonds Cloeck van het Oranjefonds.

Je kunt 'Dit huis is een thuis' zonder verzendkosten bestellen op de site van uitgever Dato-Lecturis.

Reacties

  1. K.Terlien K.Terlien Schreef op 29 juni 2020 om 22:43:46

    Mijn gezin bestaat uit een blanke moeder, een blanke biologische zoon, een Antilliaans/Surinaamse pleegdochter en een Turkse pleegdochter.
    Beide dochters hebben wel met discriminatie te maken gehad maar gaan daar totaal anders mee om.
    De Antilliaanse dochter dramatiseert erg en is gevoelig voor slachtofferschap en dat dient haar niet.
    Op school herkende men haar klachten niet,ik heb meerdere keren gepraat daar. Toen deze dochter bij mij kwam was ze 5 maanden jong en verslaafd geboren.
    Voor mij was ze gewoon mijn dochter. Contact met de familie kwam niet tot stand en er was geen bezoekregeling.Haar therapeut vertelde me haar op te voeden via mijn familiegeschiedenis.We beschouwden elkaar als moeder en dochter. Alle kinderen noemen mij mama.Eenmaal 16 kwam ze in contact met halfzussen via social media. Wat waren we blij!! Tot ik begon te merken dat deze dochter na een bezoek of logeerpartij
    uiterst racistisch thuis kwam. Ik bleek te wit. Praten had geen zin, zij was slachtoffer van mij.Nu is dit meisje nogal beinvloedbaar en zij vond een gewillig oor voor alle verhalen waarin ze zielig kon zijn. Daar ging ze heel ver in.Te ver, tot en met sterke leugens aan toe. Ik had niets door, behalve dan haar racisme. Tot die ene keer dat ik haar vanuit onze woonplaats (dorp op de Veluwe) weer ophaalde uit de Bijlmermeer. Ik werd door 2 zussen binnengelaten en kreeg dochter niet te zien.
    Wel werd ik 3 a 4 uur met veel verbaal geweld en spullen naar mijn hoofd smijtend ter verantwoording geroepen waarin oa werd gesteld dat ik beter een kind uit een kinderhuis had moeten halen die mijn eigen kleur beter benaderde en dat het een schande was dat ik hun zusje uit haar eigen omgeving had weggehaald.
    Het was verschrikkelijk en mij werd de mond telkens gesnoerd. Ik heb al dit geweld over mij heen laten gaan want anders mocht ik haar niet zien, maar ze was toch vanwege mijn komst waarschijnlijk onder een trein aan het springen. Ik was murw en verbijsterd over zoveel onrecht en uiterst bezorgd.Uiteindelijk mocht ik haar zien maar niet meenemen. Eerder al wilde ze langer blijven maar dat vond ik niet goed,vanwege school ed.
    Ze kreeg nu toch haar zin. Toen ik haar een paar dagen
    later wel op mocht halen en haar vertelde wat mij daar overkomen was om het gesprek aan te gaan,want wat was er mis of gebeurd, toen belde ze opeens die zussen op en gilde hysterisch dat ze mishandeld werd.Zus raadde haar aan mij te slaan wat ze ook deed, echt waar en zus meldde dat ze haar kwamen halen per direct. Ik was haar voogd maar belde meteen met pleegzorg die niks deed.Want ze was al 17.In kalenderjaren wel,maar meer ook niet. Toen heb ik de politie gebeld en het nummerbord genoteerd vd auto die haar meenam, niets hielp. Behalve dat zussen de melding veranderde in een aangifte van kindermishandeling door mij. Vervolgens vertoefde het kind her en der op banken als slaapplek, werd als onbetaalde oppas ingezet, moest haar spaargeld af staan ed. Kortom, ze had geen vaste woon/verblijfplaats, geen school, geen bed,niets. Pleegzorg deed ook niets en begreep niet dat dit meisje
    1-verstrikt was geraakt in haar eigen leugens en 2- bijna ontoerekeningsvatbaar beïnvloedbaar was.
    De aanklacht tegen mij is wel van tafel,maar pleegzorg heeft zich teruggetrokken,ook voor mn andere dochter.
    Eerder al werden de vergoedingen afgepakt omdat ik na de verhuizing niet binnenkwam bij een Gelderse pleegzorg-instelling die mij als randstedeling te mondig vond. De kinderen mochten wel blijven,toen 12 en 16 jaar oud. Het contact met de oudste is na een jaar hersteld, ze woont op zichzelf maar heeft mij nog geregeld nodig. Voor de jongste heb ik nu kinderbijslag mogen krijgen.

    Discriminatie? Ik weet er alles van. Dat loopt niet alleen via ras maar ook via stad tegen dorp, ziek of gezond en ook via wel of niet alleenstaand ouderschap.Toen de alleenstaande ouder voor de uitkering (ik bleek een spierziekte te hebben) werd afgeschaft kreeg ik het vangnet niet die was ingesteld omdat dit kinderbijslag gebonden is.Dat vangnet is bijna net zo veel als 1 pleegzorg vergoeding dus deze sloop het ontbrekende vangnet in.Toen er wel weer even pleegzorg was werd men daar boos over.Maar hoe moet je anders leven met 2 pubers van toen 965 euro uitkering? Dus ook hier discriminatie.Minima regelingen die kinderbijslag en niet situatie gebonden zijn. Ik heb nu AOW en kinderbijslag en kindgebonden budget,geen pleegzorg,maar die kan me intussen gestolen worden. Als je ze nodig hebt, zijn ze er niet, maar arrogant des te meer. Dit is mijn discriminatie verhaal van een andere kant bekeken en beleefd. Ik hoop dat iemand er iets aan heeft of dit herkent en erover in gesprek gaat. Ik werd niet gehoord, wie weet zijn de tijden veranderd.

    Vriendelijke groet!!

Plaats een reactie

Sluiten