Ons telefoonnummer: 030-293 1500 Ons e-mailadres: info@denvp.nl

“Ik zou het zo weer doen. Familie steun je onvoorwaardelijk”

“Ik zou het zo weer doen. Familie steun je onvoorwaardelijk”

25 juli 2017 om 09:00 door Tijs 0 reacties

Een aantal jaar geleden kreeg Nienke een telefoontje, vlak voor de zomervakantie. Haar neefje Sander kwam bij haar wonen. Nienke: “We hebben er niet voor gekozen om pleegouders te worden. Het is ons overkomen.”

“Op 3 juli kregen we een telefoontje”, vertelt Nienke: “Sander kwam bij ons wonen. Een week later, op 10 juli, gingen we zelf op vakantie en Sander ging mee. De voogd was al op vakantie; van een overdracht was geen sprake. Sander kwam vanaf het crisisgezin waar hij een paar weken had gewoond op de fiets met maar één tasje. Het was echt alsof hij bij ons achtergelaten werd en er gezegd werd: ‘zorgen jullie nu maar voor hem’.”

Pleegzoon Sander was op dat moment twaalf en is nu bijna negentien. “Wij hadden geen kamers over in huis toen Sander hier kwam wonen. Onze eigen zoon is op kamers gegaan. Dat was al wel het plan, maar toch heeft een pleegzorgplaatsing op deze manier een grote impact op je gezin.”

In de zes jaar daarna waren er in totaal vijf voogden. Dat leidde tot de nodige ergernis. Nienke: “Er was weinig overdracht tussen de voogden, dus elke keer moest ik opnieuw uitleggen hoe het zat. Het geeft je niet het gevoel dat ze heel erg betrokken zijn.” Van een terugkeer naar het ouderlijk huis was geen sprake: “Er is inmiddels zeven jaar geen contact geweest tussen Sander en zijn vader, mijn broer. Hij reageerde niet eens toen Sander zijn vwo-examen haalde. Inmiddels heeft hij ook officieel afstand gedaan.”

Achttien
Zoals vaker het geval bij pleegkinderen, was achttien jaar een belangrijke grens. Nienke: “Ik had gehoopt op meer hulp toen mijn pleegzoon achttien werd en de voorbereiding op het volwassen worden. Hulp bij alle nieuwe verantwoordelijkheden, zoals verzekeringen afsluiten, studiekeuze en een kamer zoeken. Zijn moeder is overleden en op het moment dat hij achttien werd, moest de afhandeling van de erfenis geregeld zijn. Het wringt dat ze zes jaar de tijd hebben gehad om het te regelen, maar dat het telkens niet gebeurde. Uiteindelijk hebben we bij de kinderombudsman aangeklopt omdat we er niet uitkwamen. Via een bijzondere curator is het uiteindelijk geregeld. Wij waren alleen de opvoeders, feitelijk hadden wij niets te zeggen over onze pleegzoon. Als er dan beloften worden gedaan, hoop je dat de afspraken ook worden nagekomen. Dat was dus niet het geval.”

Begeleiding en ondersteuning
“Het gebrek aan begeleiding is ons heel erg tegengevallen. Toen het bedrijf van mijn man failliet ging, kwam er geen enkele ondersteuning. Wij hadden maanden geen inkomsten, maar er werd niet geïnformeerd of het allemaal wel goed ging. Toen Sander hier kwam wonen, duurde het wel vijf of zes weken voordat de voogd voor het eerst op bezoek kwam. In het crisispleeggezin was de voogd wel al een aantal keren geweest. Veel zaken waren geregeld met de crisispleegmoeder, maar daar was ik niet van op de hoogte."

Contact met de voogd
“Goed contact met de voogd is erg belangrijk en of het klikt met iemand heb je zelf ook voor een deel in de hand. Het zou erg prettig zij als een voogd echt betrokken is. Ik vind het ook een goed idee om de voogd alleen met het pleegkind te laten praten. Dat geeft een pleegkind de ruimte om te vertellen wat hij of zij wil zeggen, zonder dat het zich bezwaard voelt omdat pleegouders meeluisteren.”

Netwerk van pleegouders
“Wat ik gemist heb, is het delen van ervaringen met andere pleegouders. Ik kwam andere pleegouders weleens tegen op cursussen van de pleegzorgaanbieder, maar dat is eenmalig. Er was, voor zover ik weet, niets structureels bij mij in de buurt. Ik denk dat het heel erg zou helpen om ervaringen uit te wisselen met andere pleegouders.”

Sander woont inmiddels niet meer bij zijn pleegouders. Hij studeert en woont op kamers, maar komt nog regelmatig terug. Nienke: “Ik zou het zo weer doen. Het is familie en die steun je onvoorwaardelijk. Ik kan het alleen niet iedereen zomaar aanraden: het kost verschrikkelijk veel tijd en energie. Onze eigen kinderen van 23 en 20 jaar waren bijna uitgevlogen en wij begonnen weer opnieuw met het opvoeden van een puber met een behoorlijke rugzak. Als netwerkpleegouders hebben wij wel anders in het hele proces gezeten dan andere pleegouders: we hebben er niet voor gekozen om pleegouder worden. Het is ons overkomen. Als dit geen netwerkplaatsing zou zijn geweest, zou ik het niet doen.”

*De namen van de personen in dit verhaal zijn niet hun echte namen.

Reacties

Plaats een reactie

Sluiten