Ons telefoonnummer: 030-293 1500 Ons e-mailadres: info@denvp.nl

Veelgestelde vragen

Veelgestelde vragen

Hier vind je antwoord op vragen waar (veel) pleegouders tegenaan lopen. Kan mijn kind zelf een omgangsregeling wijzigen? Hoe zit het met mijn privacy als pleegouder? Wat betekent onze scheiding voor ons pleegkind?

De antwoorden zijn geformuleerd in samenwerking met de afdeling Jeugdrecht van de Rijksuniversiteit Leiden. De Pleegzorg FAQ is mogelijk gemaakt door financiering van Stichting Kinderpostzegels.

faq.png

Staat je vraag er niet tussen?

Heb je een vraag die niet in onderstaande lijst staat? We beantwoorden hem graag.

Geef je vraag aan ons door

Pleegouder worden

  • Aan welke criteria moet ik voldoen om pleegouder te worden?

    Laatst gewijzigd op: 02-01-2017


    Om pleegouder te worden, moet je voldoen aan een aantal wettelijke vereisten. Dat zijn de volgende:

    • de pleegouder is niet de ouder of stiefouder van het pleegkind; 
    • de pleegouder is tenminste 21 jaar oud;
    • de pleegouder werkt niet bij de pleegzorgaanbieder (om mogelijke belangenverstrengeling te voorkomen); 
    • de pleegouder heeft met goed gevolg het voorbereidingstraject van de pleegzorgaanbieder afgerond; 
    • de pleegouder en alle inwonenden van 12 jaar of ouder hebben een verklaring van geen bezwaar (VGB) gekregen van de Raad voor de Kinderbescherming. Uit deze VGB blijkt dat er geen bezwarende feiten en omstandigheden zijn voor de plaatsing van een pleegkind in het gezin.   

    Naast de wettelijke vereisten, hebben de pleegzorgaanbieders ook landelijke kwaliteitscriteria opgesteld voor de screening en selectie van pleegouders. Daarin wordt aangegeven op welke punten de pleegzorgaanbieder de aspirant-pleegouder beoordeelt. Gelet wordt op: 

    • het bieden van openheid en duidelijkheid; 
    • de vaardigheid om samen te werken en het opvoederschap te kunnen delen; 
    • de vaardigheid om jeugdigen een positieve kijk op zichzelf te laten ontwikkelen; 
    • de vaardigheid om het gedrag van jeugdigen te veranderen, zonder hen te beschadigen; 
    • de vaardigheid om te kunnen inschatten welke uitwerking het pleegouderschap op de eigen situatie heeft;
    • het bieden van een veilige leefomgeving aan het pleegkind.

    Tot slot kunnen pleegzorgaanbieders aanvullende eisen stellen aan pleegouders. Deze aanvullende eisen mogen zij zelf bepalen. 

  • Welk traject moet ik doorlopen om pleegouder te worden?

    Laatst gewijzigd op: 08-05-2017


    Als je interesse hebt om pleegouder te worden, gaat hieraan een voorbereidingstraject vooraf. 

    Dit voorbereidingstraject ziet er als volgt uit:

    1. Schriftelijk informatiepakket
      Om meer te weten over pleegouderschap, kun je een informatiepakket aanvragen bij een pleegzorgaanbieder in jouw regio. Je kunt ervoor kiezen om een pleegzorgaanbieder te kiezen die aansluit bij jouw geloof of levensbeschouwing. Op basis van het informatiepakket kun je bepalen of pleegzorg mogelijk iets voor jou is.

    2. Voorlichtingsbijeenkomst
      Tijdens een voorlichtingsbijeenkomst van de pleegzorgaanbieder krijg je meer informatie over pleegzorg en krijg je ook de mogelijkheid om al jouw vragen te stellen. Na het bijwonen van de voorlichtingsbijeenkomst kun je besluiten of je je wel of niet aanmeldt als aspirant-pleegouder door het aanmeldingsformulier in te vullen. Met dit aanmeldingsformulier kan de pleegzorgaanbieder een verklaring van geen bezwaar opvragen bij de Raad voor de Kinderbescherming.

    3. Voorbereidingsprogramma
      In het voorbereidingsprogramma komen belangrijke thema’s aan bod waar je als pleegouder mee te maken krijgt. De inhoud van het voorbereidingsprogramma verschilt per pleegzorgaanbieder. Thema’s die over het algemeen aan bod komen zijn hechting, het contact met de biologische ouders en het gedrag van het pleegkind. Het voorbereidingsprogramma is gericht op zelfselectie, dat wil zeggen dat je als aspirant-pleegouder in de loop van het programma zelf tot het inzicht komt of pleegouderschap iets voor jou is. 

    4. Huisbezoeken
      Vervolgens worden er huisbezoeken afgelegd. De bezoeken worden afgelegd door dezelfde medewerkers die bij het voorbereidingsprogramma betrokken waren. Het doel van de huisbezoeken is om een goed beeld te krijgen van de aspirant-pleegouder en diens leefsituatie. Tijdens het huisbezoek zal de medewerker ook informeren naar de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van de aspirant-pleegouder. Als hierover twijfels bestaan, kan er een arts of medisch specialist worden geconsulteerd. Tot slot zal de medewerker een of meer referenties opvragen van de aspirant-pleegouder.

    5. Rapportage en definitieve inschrijving
      Op basis van de verkregen informatie wordt er een weloverwogen besluit genomen over de selectie van de aspirant-pleegouder. De aspirant-pleegouder wordt van dit besluit zowel mondeling als schriftelijk in kennis gesteld en ontvangt het onderzoeksrapport. In dat rapport staat ook wat voor soort pleegzorg het beste bij de aspirant-pleegouders past. Bij een afwijzingsbesluit wordt de aspirant-pleegouder schriftelijk in kennis gesteld van de reden tot afwijzing. Wanneer de pleegzorgaanbieder een positief besluit heeft genomen en je zelf ook pleegouder wilt worden, wordt je opgenomen in het pleegouderbestand van de pleegzorgaanbieder. Vervolgens wacht je af of er een kind is dat in jouw gezin kan worden geplaatst.

  • Met welke hulpverleners krijg ik als pleegouder in ieder geval te maken?

    Laatst gewijzigd op: 02-01-2017


    Als pleegouder heb je met verschillende professionals te maken. Wie dat zijn, hangt af van het soort plaatsing.

     Soort plaatsing   Betrokken professional
     Vrijwillige pleegzorgplaatsing met pleegcontract   Pleegzorgbegeleider van de pleegzorgaanbieder
     Ondertoezichtstelling  Gezinsvoogd van de gecertificeerde instelling en pleegzorgbegeleider van de pleegzorgaanbieder
     Voogdij  Voogd van de gecertificeerde instelling en pleegzorgbegeleider van de pleegzorgaanbieder
     Pleegoudervoogdij  Pleegzorgbegeleider

     
     

  • Welke informatie krijg ik over een pleegkind dat bij mij komt wonen?

    Laatst gewijzigd op: 29-12-2016


    Wanneer er een pleegkind in jouw gezin komt wonen, ontvang je van de pleegzorgaanbieder informatie over het kind. Dit betreft alléén informatie die je als pleegouder nodig hebt om een goede invulling te kunnen geven aan de verzorging en opvoeding van je pleegkind. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan informatie over een ernstig trauma dat het kind heeft opgelopen of over allergieën. Ook ontvang je informatie over de ouders van het kind, bijvoorbeeld of zij het gezag hebben en of zij wel of geen bezoekrecht hebben. Tot slot krijg je informatie over de gezinssamenstelling van je pleegkind, waaronder of er nog broertjes of zusjes zijn en wat de laatste opvoedingssituatie was.  De pleegzorgaanbieder is verplicht om de ouders te laten weten dat er informatie over hen is verstrekt aan de pleegouders.   

Soorten plaatsingen

  • Wat is het verschil tussen een vrijwillige en gedwongen pleegzorgplaatsing?

    Laatst gewijzigd op: 09-08-2017

    Bij een vrijwillige pleegzorgplaatsing stemt de ouder met gezag ermee in dat het kind in een pleeggezin wordt geplaatst. Vaak is dit bij familie of vrienden. Bij een gedwongen pleegzorgplaatsing heeft de ouder met gezag géén toestemming gegeven om het kind in een pleeggezin te plaatsen. De pleegzorgplaatsing is gedwongen omdat de rechter een ondertoezichtstelling heeft opgelegd en daarbij bepaald heeft dat het kind uit huis geplaatst moet worden in een pleeggezin of de voogdij heeft uitgesproken. 

  • Wat is het verschil tussen formele en informele pleegzorg?

    Laatst gewijzigd op: 02-01-2017

    Indien een pleegouder een pleegkind in het gezin opneemt en dit, zonder tussenkomst van derden, regelt met de ouder(s) met gezag, is er sprake van informele pleegzorg. Informele pleegzorg kan in de praktijk goed werken, maar de positie van de pleegouder is erg zwak op het moment dat er een conflict ontstaat over bijvoorbeeld de financiën of de verzorging en opvoeding van het pleegkind. Informele pleegzorg vindt altijd plaats in het vrijwillig kader, het is een vrijwillige pleegzorgplaatsing.

    Bij formele pleegzorg heeft de pleegouder een pleegcontract afgesloten met een pleegzorgaanbieder. De pleegouder ontvangt begeleiding van de pleegzorgaanbieder en ook een pleegvergoeding. Formele pleegzorg kan zowel in het vrijwillig als in het gedwongen kader plaatsvinden. Het kan dus zo zijn dat ouders hun kind vrijwillig in een formeel pleeggezin laten opgroeien. Er is een pleegvergoeding voor de kosten van de verzorging en opvoeding van het kind.

  • Kan ik een informele pleegzorgplaatsing formaliseren?

    Laatst gewijzigd op: 29-12-2016

    Een pleegouder kan een informele pleegzorgplaatsing formeel maken door een jeugdhulpbesluit aan te vragen bij de gemeente. De gemeente beoordeelt of je hiervoor in aanmerking komt. Een minimale voorwaarde is dat de ouder(s) met gezag instemmen met de pleegzorgplaatsing. Nadat de gemeente het jeugdhulpbesluit afgeeft, kun je je melden bij een pleegzorgaanbieder in jouw buurt. Deze onderzoekt of je geschikt bent als pleegouder. Indien dit het geval is, sluit je een pleegcontract af met de pleegzorgaanbieder en ontvang je voortaan zowel begeleiding als een pleegvergoeding van de pleegzorgaanbieder.

Pleegcontract

  • Wat staat er in het pleegcontract?

    Laatst gewijzigd op: 29-12-2016

    Als je formeel pleegouder bent, sluit je een pleegcontract af met een pleegzorgaanbieder. In dit pleegcontract moeten afspraken gemaakt worden over de verzorging en opvoeding van het pleegkind en de begeleiding die de pleegouder daarbij ontvangt van de pleegzorgaanbieder.    

    In de praktijk bevat een pleegcontract vaak ook de volgende gegevens:

    • de datum waarop de opvoeding en verzorging van het pleegkind begint;
    • de duur van het pleegcontract;
    • hoe zowel de pleegouders als de pleegzorgaanbieder het contract kunnen beëindigen;
    • hoe de pleegouders moeten meewerken aan de omgangsregeling met de ouder(s) en andere naasten;
    • hoe en welke informatie de pleegzorgaanbieder en de pleegouders uitwisselen;
    • hoe de pleegzorgaanbieder omgaat met klachten;
    • wat de hoogte is van de pleegzorgvergoeding en wanneer en hoe deze wordt overgemaakt.

    Model pleegcontract     

    Los van de wettelijke voorschriften zijn de pleegzorgaanbieders vrij hoe zij invulling geven aan de inhoud van het pleegcontract. In de praktijk kunnen pleegcontracten er dan ook heel verschillend uitzien. Om hier in de toekomst meer eenheid in te brengen, wordt er gewerkt aan een model pleegcontract waarin eisen worden opgenomen waaraan ieder pleegcontract moet voldoen.  

    Het pleegcontract van de pleegoudervoogd                      

    De positie van de pleegoudervoogd verschilt van de positie van een pleegouder. De pleegoudervoogd is door de rechter belast met de voogdij en oefent daardoor het gezag over het pleegkind uit. Een intensieve begeleiding van de pleegzorgaanbieder past daar niet bij. Dit is ook terug te zien in het pleegcontract. Hierin is opgenomen dat de begeleiding van de pleegoudervoogd zich beperkt tot één gesprek per jaar, tenzij de pleegoudervoogd aangeeft meer begeleiding te wensen.    

  • Kan het pleegcontract tussentijds worden beëindigd?

    Laatst gewijzigd op: 29-12-2016

    Een pleegcontract kan tussentijds worden beëindigd, zowel door de pleegouder als door de pleegzorgaanbieder. In de wet staat niet genoemd wat de gronden voor beëindiging kunnen zijn. Dit is meestal opgenomen in het pleegcontract. Te denken valt aan de situatie dat een van de partijen zich niet houdt aan gemaakte afspraken. Het contractenrecht is van toepassing op een pleegcontract. Dit betekent dat, wanneer er problemen zijn, je juridische hulp kunt vragen.

Omgang en biologische ouders

  • Wie heeft er recht op omgang met mijn pleegkind?

    Laatst gewijzigd op: 29-12-2016


    Ieder kind heeft recht op omgang met zijn ouders én met personen met wie het een nauwe persoonlijke betrekking heeft, zoals bijvoorbeeld de opa en oma van het kind of de biologische vader van het kind. De hoofdregel is dat ouders recht hebben op omgang met hun kind, zelfs als ze geen gezag meer hebben. In sommige gevallen heeft de rechter bepaald dat een ouder geen recht op omgang heeft. De voogd of gezinsvoogd heeft het overzicht van de personen die recht hebben op omgang met je pleegkind. De (gezins)voogd zal ook in overleg met de pleegouder de frequentie van de omgang (hoe vaak, wanneer en waar) vaststellen.

    Vaststelling omgangsregeling of beëindiging omgang    

    De rechter kan een omgangsregeling vaststellen op verzoek van de ouders of degene die een nauwe persoonlijke betrekking met het kind heeft.  Ook heeft de rechter de mogelijkheid om de omgang te ontzeggen. Hiertoe gaat de rechter alleen over als er sprake is van een van de volgende gevallen: 

    • Omgang leidt tot ernstig nadeel voor de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van het kind.
    • De ouder of degene met wie het kind een nauwe persoonlijke betrekking heeft, is ongeschikt of wordt niet in staat geacht om omgang met het kind te hebben.
    • Het kind dat twaalf jaar of ouder is, heeft laten weten dat het ernstige bezwaren heeft tegen omgang met zijn ouder of degene met wie het een nauwe persoonlijke betrekking heeft.
    • De omgang is in strijd met zwaarwegende belangen van het kind.
  • Kan mijn pleegkind zelf een omgangsregeling verzoeken of wijzigen?

    Laatst gewijzigd op: 30-12-2016


    Een pleegkind kan de rechter vragen een omgangsregeling op te stellen of te wijzigen. Het pleegkind kan gebruik maken van de volgende opties:

    • Informele rechtsingang 

    De informele rechtsingang houdt in dat het pleegkind de rechtbank kan opbellen of een brief schrijft aan de rechter waarin het vraagt of er een omgangsregeling kan worden vastgesteld of gewijzigd. Het kind heeft hiervoor geen advocaat nodig. De rechter is verplicht om het verzoek in behandeling te nemen als het kind 12 jaar of ouder is. De rechter neemt een verzoek van een kind jonger dan 12 jaar alleen in behandeling als de rechter denkt dat het kind zijn belangen voldoende kan inschatten. Wanneer de rechter het verzoek van een kind in behandeling neemt, zal hij een gesprek voeren met het kind en andere belanghebbenden. Daarna neemt de rechter een beslissing over de omgang. 

    • Bijzondere curator         

    Als er een conflict is over de omgang tussen het kind en de ouder(s) met gezag of de voogd, dan heeft het kind de mogelijkheid om een bijzondere curator aan te vragen, door te bellen naar de rechtbank of een brief te schrijven aan de rechter. De bijzondere curator komt op voor de belangen van het kind. De bijzondere curator zal altijd proberen te bemiddelen, maar kan ook een procedure opstarten namens het kind en vragen of er een omgangsregeling kan worden vastgesteld of gewijzigd.

    • De geschillenregeling    

    Als een pleegkind onder toezicht is gesteld en er een conflict is met de gezinsvoogd van de gecertificeerde instelling over de omgang, dan kan een pleegkind van 12 jaar of ouder gebruik maken van de geschillenregeling om het conflict voor te leggen aan de rechter.  De geschillenregeling moet via een verzoekschriftprocedure worden ingediend, waarbij het verplicht is om een advocaat in te schakelen. De rechter zal proberen de partijen nader tot elkaar te brengen.  Lukt dit niet, dan neemt de rechter een beslissing die hij wenselijk acht in het belang van het kind en waar de partijen zich bij de verdere uitvoering van de ondertoezichtstelling aan moeten houden.  

    Hulp van de Kinder- en Jongerenrechtswinkel   

    Wanneer een kind gebruik wil maken van de informele rechtsingang of een bijzondere curator wil aanvragen, kan het de hulp vragen van de vrijwilligers van de Kinder- en Jongerenrechtswinkel (KJRW). Zij kunnen het kind helpen bij het opstellen van een brief aan de rechter. Op de website van de KJRW kun je meer informatie vinden over het werk van de KJRW en een KJRW bij jou in de buurt zoeken.

  • De omgang met de ouders is belastend voor mijn pleegkind. Wat kan ik hier als pleegouder aan doen?

    Laatst gewijzigd op: 08-05-2017


    Wanneer de omgang met de ouders of een ander familielid of bekende belastend is voor je pleegkind, dan is het raadzaam dit eerst te bespreken met de gecertificeerde instelling en/of de pleegzorgaanbieder. Wellicht dat een gesprek hierover al heel wat kan opleveren. Je kunt bijvoorbeeld vragen om een lagere frequentie zodat de omgang minder belastend is voor je pleegkind of je kunt vragen of er begeleiding bij de omgang kan zijn. Je hebt de mogelijkheid om een vertrouwenspersoon mee te nemen naar dit gesprek. Dit kan iemand uit je omgeving zijn, maar ook een vertrouwenspersoon van het AKJ. De vertrouwenspersonen die werkzaam zijn bij het AKJ kunnen je ondersteunen in het gesprek. Meer informatie vind je op de website van het AKJ.

    Geschillenregeling

    Indien een gesprek met de gecertificeerde instelling en/of de pleegzorgaanbieder niet het gewenste resultaat oplevert, heb je ook de mogelijkheid om gebruik te maken van de geschillenregeling. Let wel, dit is alléén mogelijk als je pleegkind met een ondertoezichtstelling in je pleeggezin is geplaatst. Je kunt het geschil voorleggen aan de rechter door een verzoekschrift in te dienen bij de rechtbank. Hiervoor heb je een advocaat nodig.  Voordat de rechter een beslissing neemt over de omgang, zal hij bekijken of er mogelijkheden zijn om in onderling overleg tot een oplossing te komen. Als dat niet mogelijk blijkt, kan de rechter bepalen wat hij in het belang van het kind acht en kan hij concrete aanwijzingen geven over wat er vervolgens moet gebeuren. Als de rechter zijn uitspraak heeft gedaan, is het niet mogelijk om hiertegen in beroep te gaan.          

  • Kan ik omgang hebben met mijn pleegkind nadat het is overgeplaatst?

    Laatst gewijzigd op: 29-12-2016


    In principe kun je omgang hebben met je pleegkind nadat het is overgeplaatst. Als het niet lukt om omgang te hebben met je voormalig pleegkind, dan kun je de rechter vragen een omgangsregeling vast te stellen. Hiervoor moet je een advocaat inschakelen, die een verzoekschrift voor je indient bij de rechtbank. Je moet in dit verzoekschrift aantonen dat er een nauwe persoonlijke betrekking bestaat tussen jou en je pleegkind, bijvoorbeeld door te stellen dat je het kind hebt verzorgd en opgevoed in je gezin. Het is vervolgens aan de rechter om te bepalen of dit voldoende is om je aan te merken als een persoon die een nauwe persoonlijke betrekking heeft met het kind en of het verzoek tot het vaststellen van een omgangsregeling in behandeling wordt genomen.          

    Vaststelling of ontzegging omgangsregeling       

    Indien de rechter je aanmerkt als een persoon die een nauwe persoonlijke betrekking heeft met het kind, zal de rechter het belang van het kind op omgang afwegen tegen het belang van alle betrokkenen. Als de rechter van mening is dat het in het belang van het kind is om omgang met jou als voormalig pleegouder te hebben, dan kan hij een omgangsregeling vaststellen. Ook heeft de rechter de mogelijkheid om de omgang te ontzeggen. Hiertoe gaat hij over als een van de volgende gevallen zich voordoet:

    • omgang leidt tot ernstig nadeel voor de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van het kind;
    • je bent ongeschikt of wordt niet in staat geacht om omgang met het kind te hebben;
    • het kind dat twaalf jaar of ouder is, heeft laten weten dat het ernstige bezwaren heeft tegen de omgang;
    • de omgang is in strijd met zwaarwegende belangen van het kind.           
  • Moet ik als pleegouder rekening houden met het geloof, de levensovertuiging of culturele achtergrond van de ouders?

    Laatst gewijzigd op: 29-12-2016


    Bij de plaatsing van een pleegkind in een pleeggezin, zijn de gemeente, de gecertificeerde instelling en de pleegzorgaanbieder verplicht om zoveel mogelijk rekening te houden met het geloof, de levensovertuiging en culturele achtergrond van het kind en diens ouders. Dit betekent niet dat een pleegkind geplaatst moet worden in een pleeggezin met dezelfde godsdienstige gezindheid, levensovertuiging of culturele achtergrond van de ouders, maar wel dat er geen beslissingen genomen mogen worden die daarmee onverenigbaar zijn. In de praktijk is de pleegouder verantwoordelijk voor de opvoeding van het pleegkind. De gecertificeerde instelling moet erop toezien dat de pleegouders geen beslissingen nemen die haaks staan op het geloof, de levensovertuiging of culturele achtergrond van de ouders.            

Kosten en vergoedingen

  • Welke gemeente is verantwoordelijk voor de kosten van pleegzorg?

    Laatst gewijzigd op: 30-12-2016


    De gemeenten zijn verantwoordelijk voor de kosten van pleegzorg. Om te bepalen welke gemeente de kosten moet betalen, geldt als hoofdregel dat een minderjarige de woonplaats heeft van degene met het ouderlijk gezag. Als er sprake is van een pleegzorgplaatsing in het vrijwillig kader of een ondertoezichtstelling, betekent dit dat de gemeente waar de ouders met gezag wonen verantwoordelijk is. Als beide ouders het gezag hebben, maar in verschillende gemeenten wonen, dan is de gemeente van de ouder verantwoordelijk waar het kind als laatst heeft gewoond.
    Een uitzondering op voornoemde hoofdregel geldt wanneer het pleegkind een voogd van de gecertificeerde instelling heeft of als er sprake is van pleegoudervoogdij. In deze gevallen is de gemeente waar de pleegouders wonen verantwoordelijk voor de kosten van pleegzorg. 
    Tot slot geldt voor een meerderjarige jeugdige die gebruik maakt van voortgezette pleegzorg dat de gemeente waar de jeugdige woont verantwoordelijk is voor de kosten van pleegzorg.          

  • Wanneer ontvang ik een pleegvergoeding en wat is de hoogte hiervan?

    Laatst gewijzigd op: 02-01-2017


    Een pleegouder die een pleegcontract heeft met een pleegzorgaanbieder ontvangt een pleegvergoeding. Deze vergoeding bestaat uit een basisbedrag, dat kan worden vermeerderd met een toeslag, of verminderd met een korting. De hoogte van het basisbedrag wordt jaarlijks vastgesteld. Voor het jaar 2017 gelden de volgende basisbedragen:

    Leeftijd pleegkind  Bedrag per maand  Bedrag per dag 
     0 t/m 8 jaar  €543  €17,84
     9 t/m 11 jaar   €549  €18,04
     12 t/m 15 jaar  €598  €19,65
     16 t/m 17 jaar  €660  €21,69
     18 jaar en ouder  €667  €21,92
  • Kan de pleegvergoeding worden vermeerderd met een toeslag?

    Laatst gewijzigd op: 30-12-2016


    De pleegvergoeding kan worden vermeerderd met een toeslag in de volgende gevallen: 

    • er is sprake van een crisisplaatsing waarbij het pleegkind met spoed bij de pleegouder is geplaatst, gedurende de eerste vier weken van het verblijf van het pleegkind; 
    • zolang bij de pleegouder drie of meer pleegkinderen verblijven, voor het derde en volgende pleegkind.  

    De pleegvergoeding kan ook worden vermeerderd met een toeslag als de pleegouder kosten heeft gemaakt voor een pleegkind met een verstandelijke, zintuiglijke of lichamelijke beperking, voor zover:  

    • deze kosten naar het oordeel van de pleegzorgaanbieder redelijkerwijs noodzakelijk zijn in verband met de beperkingen; 
    • deze kosten niet kunnen worden voldaan uit het basisbedrag, en 
    • daarvoor geen uitkering op grond van een andere regeling kan worden verstrekt. 

    De maximale hoogte van de toeslag wordt jaarlijks vastgesteld door de Rijksoverheid. Voor het jaar 2017 bedraagt de maximale toeslag €3,55 per dag. 

  • Wanneer worden bijzondere kosten vergoed?

    Laatst gewijzigd op: 03-11-2017


    Pleegouders kunnen extra kosten maken die niet betaald kunnen worden uit de pleegvergoeding of toeslag. De pleegzorgaanbieder kan deze bijzondere kosten vergoeden aan de pleegoudervoogd of de pleegouder die een pleegkind opvangt in het kader van een kinderbeschermingsmaatregel, voor zover:

    • de kosten naar het oordeel van de pleegzorgaanbieder redelijkerwijs noodzakelijk zijn en niet voldaan kunnen worden uit de pleegvergoeding of toeslagen; 
    • voor deze kosten geen uitkering op grond van een andere regeling kan worden verstrekt; 
    • de kosten redelijkerwijs niet zijn te verhalen op de onderhoudsplichtige ouders.   

    Wanneer een verzoek tot vergoeding bijzondere kosten door de pleegzorgaanbieder wordt afgewezen, kun je hier bezwaar tegen indienen. Hierbij kun je gebruik maken van onze voorbeeldbrief. Vergeet niet de datum en je adres toe te voegen, de motivering waarom je het niet eens bent met de afwijzing van de vergoeding) en zet 'bezwaarschrift' bovenaan de brief. Voeg ook het kopie van het besluit van de pleegzorgorganisatie toe. Verstuur het bezwaarschrift per fax of per aangetekende post (zodat je een bevestiging van ontvangst krijgt).

    De pleegzorgorganisatie moet binnen zes weken antwoord geven op jouw bezwaarbrief (tenzij ze jou laten weten dat ze er nog vier weken langer voor nodig hebben, dan mogen ze er in totaal tien weken over doen). De pleegzorgaanbieder moet dan het besluit opnieuw afwegen en nogmaals een besluit (beslissing op het bezwaar) nemen.

    Als je het - na de beslissing op het bezwaar - niet eens bent met de beslissing van de pleegzorgaanbieder kun je in beroep bij de bestuursrechter (binnen zes weken nadat je de beslissing op het bezwaar hebt ontvangen). Je moet dan een beroepschrift indienen bij de bestuursrechter, een brief waarin je vertelt waarom je het niet eens bent met de beslissing op het bezwaar van de pleegzorgorganisatie.

    • voeg een kopie van jouw bezwaarbrief en de beslissing van de pleegzorgaanbieder toe
    • vergeet niet de datum en jouw adres toe te voegen
    • vermeld bovenaan de brief duidelijk dat het om een beroepschrift gaat

    Het is gebruikelijk dat de bestuursrechter jou om jouw mening vraagt voordat hij uitspraak doet. De bestuursrechter moet binnen zes weken na sluiting van het onderzoek op jouw beroepschrift beslissen (tenzij de bestuursrechter door bijzondere omstandigheden zes weken langer nodig heeft, want dan wordt het twaalf weken).

    Je hebt hiervoor geen advocaat nodig.

  • Heb ik als pleegouder recht op kinderbijslag?

    Laatst gewijzigd op: 30-12-2016


    Als pleegouder kun je kinderbijslag ontvangen als voldaan is aan alle drie de volgende voorwaarden:

    • niemand anders ontvangt kinderbijslag voor het kind;
    • de pleegouder betaalt de kosten voor het kind en ontvangt géén pleegvergoeding;
    • het kind woont bij de pleegouder in huis en de pleegouder is verantwoordelijk voor de dagelijkse opvoeding en verzorging

    De meeste pleegouders hebben een pleegcontract afgesloten met een pleegzorgaanbieder en ontvangen een pleegvergoeding. Hierdoor hebben zij dus geen recht op kinderbijslag. Vervalt de pleegvergoeding en is voldaan aan de bovenstaande voorwaarden dan heeft de pleegouder wel recht op kinderbijslag. Kinderbijslag kan worden aangevraagd bij de Sociale Verzekeringsbank.

  • Kan ik als pleegouder kinderopvangtoeslag ontvangen?

    Laatst gewijzigd op: 10-11-2017


    De kinderopvangtoeslag is een bijdrage in de kosten van kinderopvang. Pleegouders kunnen kinderopvangtoeslag ontvangen als zij aan de volgende voorwaarden voldoen:   

    • je werkt, volgt een traject naar werk, of doet een opleiding;   
    • je hebt een contract afgesloten met de kinderopvang;  
    • je betaalt zelf een deel van de kosten van de kinderopvang;  
    • je ontvangt een pleegvergoeding of kinderbijslag, of onderhoudt het kind in belangrijke mate;  
    • je pleegkind gaat naar een geregistreerde kinderopvang; 
    • je pleegkind staat ingeschreven op jouw woonadres;  
    • je pleegkind gaat nog niet naar het voortgezet onderwijs. 

    De kinderopvangtoeslag wordt verstrekt door de Belastingdienst. Via Mijn Toeslagen van de Belastingdienst kun je kinderopvangtoeslag aanvragen. 

    Gaat jouw pleegkind naar de peuterspeelzaal? Vanaf 1 januari 2018 kun je ook voor kinderopvangtoeslag in aanmerking komen als je pleegkind naar de peuterspeelzaal gaat. De peuterspeelzaal moet dan geregistreerd zijn als kinderopvang.

  • Heb ik als pleegouder recht op de inkomensafhankelijke combinatiekorting?

    Laatst gewijzigd op: 30-12-2016


    De inkomensafhankelijke combinatiekorting wordt verstrekt aan werkende (pleeg)ouders die een kind hebben dat jonger is dan twaalf jaar. Hierdoor hoeven zij minder belasting en premies betalen. De hoogte van de korting hangt af van het inkomen. De Belastingdienst beoordeelt of je in aanmerking komt voor de inkomensafhankelijke combinatiekorting. Voor pleegouders die een pleegvergoeding ontvangen, geldt dat zij géén recht hebben op de inkomensafhankelijke combinatiekorting. Pleegouders die geen pleegvergoeding krijgen, kunnen wel aanspraak maken op de inkomensafhankelijke combinatiekorting als zij voldoen aan de volgende voorwaarden:  

    • het pleegkind is op 1 januari jonger dan 12 jaar;
    • het pleegkind staat ten minste 6 maanden in 1 kalenderjaar bij de Basisregistratie Personen ingeschreven op jouw woonadres.
    • je arbeidsinkomen is hoger dan een vastgesteld bedrag of je krijgt de zelfstandigenaftrek of kunt deze krijgen;
    • je bent alleenstaand en werkt, of je hebt een fiscale partner en werkt beiden en je hebt het laagste arbeidsinkomen.
  • Heeft het ontvangen van een pleegvergoeding invloed op mijn bijstandsuitkering?

    Laatst gewijzigd op: 30-12-2016


    Wanneer je als pleegouder een pleegvergoeding ontvangt voor een minderjarig pleegkind, dan heeft dit geen invloed op de hoogte van je bijstandsuitkering. De pleegvergoeding wordt door de Belastingdienst niet als inkomen beschouwd en wordt dus niet meegeteld bij het berekenen van de hoogte van de bijstandsuitkering.

  • Heeft het ontvangen van een pleegvergoeding invloed op mijn AOW-uitkering?

    Laatst gewijzigd op: 30-12-2016


    Pleegouders die een AOW-uitkering ontvangen, worden niet gekort op de hoogte van hun uitkering omdat zij een pleegvergoeding krijgen. De pleegvergoeding wordt door de Belastingdienst niet als inkomen beschouwd en wordt dus niet meegeteld bij het berekenen van de hoogte van de AOW-uitkering.   

  • Heeft het ontvangen van een pleegvergoeding invloed op een nabestaandenuitkering?

    Laatst gewijzigd op: 30-12-2016


    Als een van de pleegouders overlijdt, kan de nabestaande pleegouder, mits voldaan aan de overige eisen daarvoor, in aanmerking komen voor nabestaandenuitkering. Het ontvangen van een pleegvergoeding heeft geen invloed op de hoogte van de nabestaandenuitkering.  

  • Heeft een wezenuitkering van mijn pleegkind invloed op de pleegvergoeding?

    Laatst gewijzigd op: 30-12-2016


    Wanneer beide ouders van het pleegkind zijn overleden, kan een minderjarig pleegkind in aanmerking komen voor een wezenuitkering. De wezenuitkering wordt aangemerkt als inkomen van het pleegkind, maar de hoogte van de pleegvergoeding wordt hierdoor niet beïnvloed.   

  • Wordt mijn meerderjarige inwonende pleegkind gezien als toeslagpartner door de Belastingdienst?

    Laatst gewijzigd op: 07-06-2017

    Vanaf 1 januari 2018 wordt een inwonend meerderjarig pleegkind* door de Belastingdienst niet langer gezien als toeslagpartner, als daar een verzoek aan vooraf gaat om niet als partners te worden aangemerkt. Dit is op 24 mei 2017 toegezegd door staatssecretaris Wiebes. Het betreffende Kamerstuk is hier te raadplegen.
    Pleegouder en inwonend meerderjarig pleegkind moeten dus gezamenlijk vooraf de Belastingdienst verzoeken om niet als toeslagpartners te worden aangemerkt.

    * Je kunt hier bekijken of je wordt gezien als toeslagpartners. 

Bank en verzekeringen

  • Kan ik een bankrekening openen voor mijn pleegkind?

    Laatst gewijzigd op: 30-12-2016

     
    Als pleegouder kan het lastig zijn om een bankrekening te openen voor je pleegkind omdat de ouder(s) met gezag of voogd in principe toestemming moeten geven voor het openen van de bankrekening. Sommige banken maken een uitzondering op deze regel, waardoor het wel mogelijk is om een bankrekening te openen voor een pleegkind zonder toestemming van de ouder(s) met gezag of de voogd.
    Als de bankrekening eenmaal geopend is, kunnen zich ook andere problemen voordoen. Zo hebben alleen de ouder(s) met gezag of de voogd inzage in de bankgegevens. Als pleegouder heb je dit niet en ben je dus afhankelijk van de ouder(s) met gezag of de voogd of zij jou wel of geen inzage in de bankgegevens bieden. Een ander mogelijk probleem betreft het feit dat degene met gezag het vermogen van je pleegkind beheert. Deze persoon kan geld op de bankrekening zetten, maar dit er ook afhalen. Dit kan in sommige gevallen een risico vormen. Je kunt er dan voor kiezen om een bankrekening op jouw naam ten behoeve van je pleegkind te openen. Zo behoud je als pleegouder de zeggenschap over de bankrekening van je pleegkind. Houd er wel rekening mee dat het bedrag dat op de rekening staat, wordt meegeteld bij jouw inkomen en je hierover belasting moet betalen. 

  • Wie moet een zorgverzekering afsluiten voor mijn pleegkind?

    Laatst gewijzigd op: 30-12-2016


    Iedereen die in Nederland woont, is wettelijk verplicht om een basiszorgverzekering te hebben die de kosten dekt van bijvoorbeeld de huisarts, het ziekenhuis of de apotheek. De zorgverzekering voor een pleegkind moet worden afgesloten door degene die het gezag of de voogdij over het kind heeft. Voor een pleegkind dat in het vrijwillig kader in een pleeggezin is geplaatst, moet de ziektekostenverzekering worden afgesloten door de ouder(s). Ditzelfde geldt voor een pleegkind dat met een ondertoezichtstelling in het pleeggezin is geplaatst. Voor een pleegkind dat onder voogdij van de gecertificeerde instelling staat, moet de verzekering worden afgesloten door de gecertificeerde instelling. Indien de pleegouders de voogdij over het kind hebben, zijn zij verantwoordelijk voor het afsluiten van de ziektekostenverzekering.

  • Wie is wettelijk aansprakelijk voor de schade die mijn pleegkind veroorzaakt?

    Laatst gewijzigd op: 30-12-2016


    Het is afhankelijk van de leeftijd van het pleegkind, wie er wettelijk aansprakelijk is voor de schade die door het pleegkind is veroorzaakt.
    Als het pleegkind jonger is dan 14 jaar, is degene die het ouderlijk gezag of de voogdij heeft aansprakelijk voor de schade. Deze schade wordt vergoed wanneer er een aansprakelijkheidsverzekering (WA-verzekering) is afgesloten voor het pleegkind. Het is belangrijk om, wanneer het pleegkind bij u wordt geplaatst, na te gaan of deze verzekering is afgesloten en de premies worden betaald.
    Is het pleegkind 14 of 15 jaar, dan geldt ook dat degene met gezag of de voogd aansprakelijk is voor de schade, tenzij het de ouder of voogd niet kan worden verweten dat zij het gedrag van het kind niet hebben voorkomen. In dat geval is het pleegkind van 14 of 15 jaar zelf aansprakelijk voor de schade. 
    Pleegkinderen van 16 en 17 jaar zijn zelf aansprakelijk voor de schade die zij veroorzaken. De schade die door minderjarigen wordt veroorzaakt, valt overigens vaak nog wel onder de aansprakelijkheidsverzekering van de ouders of voogd waardoor het pleegkind de schade niet zelf hoeft te vergoeden.  

Inschrijven bij school, gemeente of club

  • Heb ik toestemming nodig om mijn pleegkind in te schrijven op een nieuwe school of (sport)club?

    Laatst gewijzigd op: 29-12-2016


    Wanneer je als pleegouder géén gezag over je pleegkind hebt, heb je toestemming nodig van de ouder(s) met gezag of de voogd van de gecertificeerde instelling om je pleegkind in te schrijven op een nieuwe school of (sport)club. Degene met gezag is namelijk verantwoordelijk voor de verzorging en opvoeding van het kind en mag belangrijke beslissingen over het kind nemen, waaronder de inschrijving op een school of (sport)club. Wanneer je wel gezag hebt, omdat je pleegoudervoogd bent, mag je deze beslissingen wel nemen.  

    Geen toestemming bij vrijwillige pleegzorgplaatsing       

    Het komt voor dat de ouders met gezag geen toestemming geven voor de inschrijving van hun kind op een nieuwe school of (sport)club. Wanneer er sprake is van een vrijwillige pleegzorgplaatsing en beide ouders weigeren om toestemming te geven, dan kun je hier als pleegouder helaas weinig aan doen.      

    In het geval dat een van de ouders met gezag toestemming geeft voor de inschrijving en de andere ouder niet, dan kan de ouder die wel toestemming geeft naar de rechter gaan en vragen om vervangende toestemming. Wordt deze vervangende toestemming verleend, dan kan het kind alsnog worden ingeschreven op de nieuwe school of (sport)club.  

    Geen toestemming bij pleegzorgplaatsing met ondertoezichtstelling      

    Wanneer je pleegkind met een ondertoezichtstelling in jouw pleeggezin is geplaatst en de ouders weigeren hun toestemming te geven voor inschrijving op een nieuwe school of (sport)club, dan kan de rechter het gezag van de ouders gedeeltelijk beperken en op specifieke punten laten uitoefenen door gezinsvoogd van de gecertificeerde instelling.  De gecertificeerde instelling kan dit verzoek indienen bij de rechter, maar dit kun je als pleegouder ook zelf doen. Je moet hiervoor een advocaat inschakelen. Wijst de rechter het verzoek toe, dan kan de gezinsvoogd van de gecertificeerde instelling toestemming geven om je pleegkind op een nieuwe school of (sport)club in te schrijven.

  • Kan ik mijn pleegkind inschrijven op mijn adres?

    Laatst gewijzigd op: 29-12-2016


    Wanneer er een pleegkind in je gezin komt wonen, ben je als pleegouder verplicht dit binnen vijf dagen door te geven aan de gemeente.  Ook vanuit de gecertificeerde instelling wordt aan de gemeente een kennisgeving van de verhuizing gestuurd. In de meeste gemeentes kun je de inschrijving van je pleegkind online regelen. Als dit niet het geval is, dan kun je terecht bij de afdeling Publiekszaken. 

Vakantie en verlof

  • Kan ik met mijn pleegkind naar het buitenland?

    Laatst gewijzigd op: 09-08-2017

    Als je met je pleegkind naar het buitenland wilt, dan heb je daarvoor toestemming nodig van de ouder(s) met gezag of de voogd van de gecertificeerde instelling. Zonder deze toestemming met je pleegkind naar het buitenland gaan is strafbaar, omdat je je pleegkind onttrekt aan het gezag.

    Je kunt het toestemmingsformulier (NL/ENG) gebruiken om aan te tonen dat je toestemming hebt van de ouder(s) met gezag of de voogd om met het kind naar het buitenland te reizen. Verleent de ouder met gezag geen toestemming en er is sprake van een ondertoezichtstelling? Dan kan je de rechter - met behulp van een advocaat - verzoeken om vervangende toestemming te geven voor de reis naar het buitenland. De gecertificeerde instelling mag het geschil zelfstandig aan de rechter voorleggen.  

    Het is nodig om de volgende documenten mee te nemen als je met je pleegkind naar het buitenland gaat:

    • paspoort of identiteitskaart van je pleegkind;
    • toestemmingsformulier ouder(s) met gezag of voogd (de Koninklijke Marechaussee raadt aan om het Engelse formulier te gebruiken);
    • kopie paspoort of identiteitskaart van de tekenbevoegde van de gecertificeerde instelling of de ouder(s) met gezag die toestemming geven, zodat de handtekening op het toestemmingsformulier gecontroleerd kan worden op echtheid;
    • internationaal uittreksel van de gemeentelijke basisregistratie van het kind met daarop vermeld de oudergegevens of de (internationale) geboorteakte van het kind en een uittreksel van het gezagsregister, dat je kosteloos kunt aanvragen bij respectievelijk de gemeente en de rechtbank in jouw provincie;
    • eventueel een recent uittreksel van het gezagsregister;
    • eventueel de uitspraak van de rechter over gezag en omgang;
    • eventueel een kopie van het pleegzorgcontract.

    Het is raadzaam om op tijd te beginnen met het regelen van de vakantie, zodat je de benodigde toestemming en de benodigde documenten vóór vertrek ontvangt!

    Heb je vragen over jouw situatie of zijn er andere onduidelijkheden? Om misverstanden te voorkomen en ervoor te zorgen dat je je pleegkind niet aan het gezag onttrekt, kun je www.kinderontvoering.org raadplegen. Staat jouw (reis)situatie er niet bij of wens je verdere uitleg of advies? Neem dan contact op met het Centrum Internationale Kinderontvoering (Centrum IKO). Zij geven advies op maat over reizen met een (pleeg)kind naar het buitenland. Het Centrum IKO is bereikbaar via info@kinderontvoering.org

  • Mijn pleegkind heeft een paspoort nodig. Wiens toestemming heb ik daarvoor nodig?

    Laatst gewijzigd op: 29-12-2016


    Om een paspoort aan te vragen voor je pleegkind, heb je toestemming nodig van degene die het gezag over je pleegkind heeft.  In de meeste gevallen verloopt dit zonder problemen. Indien een voogd van de gecertificeerde instelling het gezag over je pleegkind heeft, zal de voogd in veruit de meeste gevallen toestemming geven voor de aanvraag van een paspoort. Het wordt lastiger wanneer een of beide ouders met gezag geen toestemming geven voor de aanvraag van een paspoort voor je pleegkind.   

    Eén ouder weigert toestemming te geven          

    In het geval dat beide ouders het gezag over je pleegkind hebben en één ouder weigert toestemming voor de aanvraag van een paspoort te geven, dan kan de ouder die wel toestemming geeft naar de rechter gaan. Deze ouder kan de rechter vragen om vervangende toestemming te verlenen. Voordat de rechter dit doet, zal hij proberen om de ouders samen tot een oplossing te laten komen.  Lukt dit niet, dan neemt de rechter een beslissing die hij in het belang van het kind wenselijk acht. Na toewijzing van het verzoek door de rechter kan het paspoort dus ook zonder toestemming van de andere ouder worden afgegeven.              

    Beide ouders weigeren toestemming te geven  

    Wanneer er een ondertoezichtstelling is uitgesproken over je pleegkind dat jonger is dan 16 jaar en beide ouders weigeren toestemming te geven voor de aanvraag van een paspoort, dan kan de gecertificeerde instelling naar de rechter gaan en vragen om vervangende toestemming. De rechter neemt een beslissing die hij wenselijk acht in het belang van het kind. Na toewijzing van het verzoek van de rechter kan het paspoort zonder toestemming van de ouders worden afgegeven.                                  

    Pleegkind ouder dan 16 jaar                     

    Indien je pleegkind ouder is dan 16 jaar en de ouder(s) met gezag geven geen toestemming voor de aanvraag van een paspoort, dan heeft het pleegkind de mogelijkheid om zelf naar de rechter te gaan. Het pleegkind kan de rechter vragen om vervangende toestemming. 

    De rechter neemt een beslissing die hij wenselijk acht in het belang van het kind. Na toewijzing van het verzoek van de rechter kan het paspoort zonder toestemming van de ouders worden afgegeven.

  • Mijn pleegkind heeft een identiteitskaart nodig. Wiens toestemming heb ik daarvoor nodig?

    Laatst gewijzigd op: 30-12-2016


    Voor het aanvragen van een identiteitskaart voor een pleegkind dat jonger is dan twaalf jaar, heb je de toestemming nodig van de ouder(s) met gezag of de voogd. Een pleegkind dat ouder is dan 12 jaar kan zelf een identiteitskaart aanvragen en heeft hiervoor géén toestemming nodig van de ouders of voogd. Het aanvragen van een identiteitskaart kan uitkomst bieden als je met je pleegkind op vakantie wilt gaan binnen Europa en het niet lukt een paspoort voor je pleegkind te krijgen.  

  • Wat is pleegzorgverlof en hoe vraag ik dit aan?

    Laatst gewijzigd op: 08-05-2017


    Wanneer je een pleegkind in je gezin opneemt, heb je recht op pleegzorgverlof.  Dit biedt jou en je pleegkind de gelegenheid om aan elkaar te wennen. Als pleegouder moet je het pleegzorgverlof minimaal drie weken voordat je wil dat het ingaat, aanvragen bij je werkgever. Het pleegzorgverlof duurt maximaal vier weken. Bij de aanvraag moet je laten weten hoe je het verlof wil opnemen: vier weken aaneengesloten binnen 26 weken of verspreid over 26 weken. De werkgever mag niet weigeren het verlof toe te staan. De keuze om het verlof verspreid op te nemen, mag de werkgever in principe ook niet weigeren. Dit mag alleen als het bedrijf daardoor ernstig in de problemen komt. Het is verstandig om met je werkgever te overleggen, op welke wijze je het pleegzorgverlof het beste kunt opnemen, in één keer vier weken achter elkaar, of verspreid over 26 weken. 

  • Heb ik recht op een pleegzorguitkering tijdens mijn pleegzorgverlof en hoe vraag ik dit aan?

    Laatst gewijzigd op: 30-12-2016


    Wanneer je een pleegkind in je gezin opneemt, heb je recht op een pleegzorguitkering als:

    • je een werkgever hebt;
    • je een WW-, Ziektewet- of een loongerelateerde WGA-uitkering ontvangt; 
    • je een pleegkind in huis opneemt binnen 10 weken na het einde van het dienstverband, of binnen tien weken na het einde van je WW- of Ziektewetuitkering. 

    Je komt niet in aanmerking voor een pleegzorguitkering voor de uren die je werkt als:  

    • zelfstandige met of zonder personeel;
    • beroepsbeoefenaar, zoals freelancer, huisarts of particuliere huishoudhulp; 
    • meewerkende echtgenote of partner. 

    Hoe vraag ik een pleegzorguitkering aan?

    Als je een werkgever hebt, moet deze de pleegzorguitkering voor je aanvragen bij het UWV. De werkgever moet de uitkering aanvragen uiterlijk twee weken voordat het pleegzorgverlof begint. Daarbij dient de werkgever een bewijsstuk mee te sturen waaruit blijkt dat de pleegzorg doorgaat. De pleegouder moet dit bewijsstuk op tijd aanleveren. Meestal wordt de pleegzorguitkering aan de werkgever overgemaakt, maar in overleg kun je ook afspreken dat de uitkering direct aan jou wordt overgemaakt. Binnen vier weken na ingang van je verlof, krijg je een brief van het UWV met de beslissing over de uitkering. De werkgever krijgt van deze brief een kopie.

    Als je geen werkgever hebt, dan moet je de pleegzorguitkering zelf aanvragen bij het UWV. Als je een WW-uitkering, een Ziektewetuitkering of een loongerelateerde WGA-uitkering hebt, dan kun je de pleegzorguitkering zelf online aanvragen. Als je een andere uitkering ontvangt, dan kun je het aanvraagformulier voor de pleegzorguitkering alleen telefonisch aanvragen via het volgende telefoonnummer: 0900 - 9294. Je moet de pleegzorguitkering aanvragen minimaal vier weken voordat je eerste pleegzorgverlofdag ingaat. Het aanvraagformulier moet twee weken voordat je eerste verlofdag ingaat, ontvangen zijn door het UWV. Bij het aanvraagformulier moet je een bewijsstuk toevoegen waaruit blijkt dat de pleegzorg doorgaat. Binnen vier weken na ingang van je verlof, krijg je een brief van het UWV met de beslissing over de uitkering.

  • Wanneer kan ik gebruik maken van langdurig zorgverlof?

    Laatst gewijzigd op: 30-12-2016


    Als pleegouder kun je langdurig zorgverlof opnemen als je pleegkind (levensbedreigend) ziek of hulpbehoevend is. Hiervoor is vereist dat je pleegkind op jouw adres staat ingeschreven en je een pleegcontract hebt afgesloten met een pleegzorgaanbieder. Hoeveel langdurig verlof je kunt opnemen, hangt af van het aantal uren dat je werkt. Per jaar kunt je maximaal zes keer het aantal uren opnemen dat je in een week werkt. Dit langdurig verlof kan je, in overleg met je leidinggevende, aanvragen bij de afdeling personeelszaken van je werkgever. 

  • Wanneer kan ik gebruik maken van kortdurend zorgverlof?

    Laatst gewijzigd op: 30-12-2016


    Als pleegouder kun je kortdurend zorgverlof opnemen als je pleegkind ziek is. Hiervoor is vereist dat je pleegkind staat ingeschreven op jouw adres en je een pleegcontract hebt afgesloten met een pleegzorgaanbieder. Hoeveel kortdurend zorgverlof je kunt opnemen, hangt af van het aantal uren dat je werkt. Per jaar kun je maximaal twee keer het aantal uren opnemen dat je in een week werkt. Dit kortdurend zorgverlof kan je, in overleg met je leidinggevende, aanvragen bij de afdeling personeelszaken van je werkgever. 

Mijn pleegkind wordt 18 jaar

  • Kan mijn pleegkind bij mij blijven wonen als het 18 jaar is?

    Laatst gewijzigd op: 03-01-2017


    Een pleegkind dat 18 jaar wordt, is voor de wet volwassen. Dit betekent dat het pleegkind niet langer onder gezag staat en voortaan zelf belangrijke beslissingen mag nemen, bijvoorbeeld over waar het gaat wonen. Wanneer je pleegkind 18 jaar is en in jouw pleeggezin wil blijven wonen, dan is dat dus mogelijk. Hierbij is het wel belangrijk te weten dat je, omdat je pleegkind inmiddels 18 jaar is, niet langer een pleegcontract hebt en dus in principe ook geen begeleiding of vergoeding meer ontvangt van de pleegzorgaanbieder. Als je pleegkind nog wat langer hulp nodig heeft en in het pleeggezin wil blijven wonen, zijn hiervoor mogelijkheden die voor het achttiende jaar van je pleegkind moeten worden aangevraagd.             

    Voortgezette jeugdhulp              

    Een pleegkind dat 18 jaar is, maar nog wel behoefte heeft aan ondersteuning en begeleiding, kan tot 23 jaar een beroep doen op voortgezette jeugdhulp. Dit is altijd op vrijwillige basis. Het verzoek tot voortgezette jeugdhulp moet door het pleegkind worden ingediend bij de gemeente waar het meerderjarige pleegkind woont. Je kunt hierbij gebruik maken van onze voorbeeldbrief. De gemeente is verantwoordelijk voor jeugdhulp waarvan nog vóór de 18e verjaardag was bepaald dat die noodzakelijk is, die al vóór dat moment was aangevangen of waarvan noodzakelijk is deze te hervatten binnen een half jaar nadat het pleegkind 18 jaar is geworden.  De voortgezette jeugdhulp houdt op als het pleegkind de hulp niet meer wil ontvangen, er geen hulpvraag meer is of als het pleegkind de leeftijd van 23 jaar bereikt.        

  • Mijn pleegkind is 18 jaar en heeft geen voortgezette jeugdhulp aangevraagd. Kan dit alsnog?

    Laatst gewijzigd op: 03-01-2017


    Een pleegkind dat 18 jaar is en geen voortgezette jeugdhulp heeft aangevraagd, kan dit alsnog doen binnen een half jaar nadat het 18 is geworden.  Het verzoek tot voortzetting van de jeugdhulp moet worden ingediend bij de gemeente. Je kunt hierbij gebruik maken van onze voorbeeldbrief. De voortgezette jeugdhulp houdt op als het pleegkind de hulp niet meer wil ontvangen, er geen hulpvraag meer is of als het pleegkind de leeftijd van 23 jaar bereikt.

  • Ontvang ik begeleiding en een pleegvergoeding als mijn pleegkind gebruik maakt van voortgezette jeugdhulp?

    Laatst gewijzigd op: 02-01-2017


    Als de gemeente het verzoek tot voortgezette jeugdhulp toewijst, dan behoud je als pleegouder een contract met de pleegzorgaanbieder en ontvang je zowel begeleiding als een pleegvergoeding. Voor het jaar 2017 is de pleegvergoeding voor pleegkinderen van 18 jaar en ouder vastgesteld op 667 euro per maand.         

  • Mijn pleegkind blijft niet bij mij wonen als het 18 is. Wat moet er geregeld worden?

    Laatst gewijzigd op: 29-12-2016


    Wanneer je pleegkind niet bij jou blijft wonen als het 18 jaar is, maar zelfstandig gaat wonen, moet er veel geregeld worden, onder meer op het gebied van wonen, financiën, verzekeringen, nazorg en gezondheid. Het verdient aanbeveling hier op tijd mee te beginnen. De pleegzorgbegeleider kan hierin ondersteuning en advies bieden. Daarnaast is er een website met bijbehorende app met meer informatie over wat er geregeld moet worden als een kind 18 jaar wordt en hoe je dit doet.     

  • Welke beschermingsmaatregelen zijn er voor mijn pleegkind dat 18 jaar is?

    Laatst gewijzigd op: 08-05-2017


    Indien je ernstige zorgen hebt over de vraag of je (voormalig) pleegkind het wel zelfstandig zal redden nadat het 18 jaar is geworden, dan kan er, mits voldaan aan de strikte eisen daarvoor, een beschermingsmaatregel voor volwassenen worden opgelegd door de rechter. De bestaande beschermingsmaatregelen voor volwassenen zijn de volgende:          

    Beschermingsbewind     

    Het beschermingsbewind is bedoeld voor personen die niet in staat zijn tot vermogensbeheer, bijvoorbeeld door een geestelijke of lichamelijke beperking.  Beschermingsbewind kan tijdens de minderjarigheid worden ingesteld en is dan van kracht vanaf het moment dat een pleegkind 18 jaar is. Het beschermingsbewind wordt ingesteld indien een meerderjarige tijdelijk of langdurig niet in staat is ten volle zijn vermogensrechtelijke belangen waar te nemen, als gevolg van zijn lichamelijke of geestelijke toestand of vanwege verkwisting of het hebben van problematische schulden.

    Curatele             

    Curatele is bedoeld ter bescherming van meerderjarigen die hun vermogensrechtelijke of persoonlijke belangen niet (voldoende) kunnen behartigen, bijvoorbeeld door een verstandelijke beperking of een verslaving. Curatele kan worden ingesteld tijdens de minderjarigheid en is van kracht op het moment dat het pleegkind 18 jaar is.  De rechter spreekt een curatele uit tijdens de minderjarigheid wanneer te verwachten valt dat aan één van de gronden voor curatele zal worden voldaan bij het bereiken van de meerderjarigheid. Een curatele kan worden opgelegd wanneer de meerderjarige tijdelijk of zijn belangen niet behoorlijk waarneemt of zijn veiligheid of die van anderen in gevaar brengt, als gevolg van (a) zijn lichamelijke of geestelijke toestand, dan wel (b) gewoonte van drank of drugsmisbruik, én een voldoende behartiging van die belangen niet met een meer passende en minder verstrekkende voorziening kan worden bewerkstelligd.               

    Mentorschap    

    Het mentorschap is bedoeld voor meerderjarigen die onvoldoende in staat zijn om op te komen voor hun persoonlijke belangen, met name in de sfeer van verzorging, verpleging, behandeling en begeleiding, bijvoorbeeld doordat de persoon verstandelijk beperkt is of psychiatrische problemen heeft. Het mentorschap kan tijdens de minderjarigheid worden opgelegd als te verwachten valt dat aan de rechtsgrond van mentorschap is voldaan op het moment dat de minderjarige 18 wordt. Het mentorschap kan worden opgelegd als een minderjarige als gevolg van zijn geestelijke of lichamelijke toestand, tijdelijk of duurzaam, niet in staat is of bemoeilijkt wordt zijn belangen van niet-vermogensrechtelijke aard zelf behoorlijk waar te nemen.

    In de praktijk wordt regelmatig gebruik gemaakt van het mentorschap of de bewindvoering. Het is belangrijk dat dit voor het achttiende jaar van je pleegkind wordt aangevraagd. Degenen die dit bij de kantonrechter kunnen aanvragen zijn degenen die het gezag of de voogdij over je pleegkind hebben. Als je pleegoudervoogd bent, kan je dit zelf aanvragen. Ook de pleegzorgaanbieder kan een verzoek indienen. Voor deze procedure is inschakeling van een advocaat niet nodig.

Privacy van pleegouders

  • Hoe zit het met mijn privacy als pleegouder?

    Laatst gewijzigd op: 02-01-2017


    Wanneer een pleegkind in het vrijwillig kader in een pleeggezin geplaatst, dan mag er in principe geen informatie over de pleegouder worden gedeeld met anderen als deze daarvoor geen toestemming heeft gegeven. Dit is anders als het pleegkind in het gedwongen kader in een pleeggezin is geplaatst. De gecertificeerde instelling kan in bepaalde gevallen informatie over de pleegouder verstrekken of opvragen bij anderen. De gecertificeerde instelling kan informatie over de pleegouder verstrekken aan rechtstreeks betrokkenen, zoals de Raad voor de Kinderbescherming of de pleegzorgbegeleider. Het moet dan wel altijd gaan om noodzakelijke informatie over de opvoedingssituatie van de pleegouders of het pleegkind. In sommige situaties kunnen of moeten derden die beroepshalve informatie hebben over jou als pleegouder, dit verstrekken aan de gecertificeerde instelling. Het moet dan gaan over informatie over de verzorging en opvoeding van het pleegkind dat onder toezicht is gesteld en informatie die noodzakelijk is voor de uitvoering van de ondertoezichtstelling.  

  • Is het mogelijk dat mijn adres geheim blijft voor de ouders van mijn pleegkind?

    Laatst gewijzigd op: 29-12-2016


    De gecertificeerde instelling kan het adres van de pleegouders geheimhouden voor de ouders. Hiervoor moeten wel gegronde redenen zijn, bijvoorbeeld de dreiging dat de ouders het kind zullen ontvoeren of de pleegzorgplaatsing bemoeilijken door agressief gedrag. De mogelijkheid tot geheimhouding van het adres van de pleegouders heeft geen wettelijke basis en komt slechts bij hoge uitzondering voor. Indien de gecertificeerde instelling het adres van de pleegouders geheimhoudt, is het daarnaast raadzaam dat pleegouders een verzoek tot geheimhouding van hun adres indienen bij de gemeente waar zij wonen. Dit formulier kan op de website van de meeste gemeenten worden ingevuld of worden aangevraagd bij de afdeling Publiekszaken.

Pleegoudervoogdij

  • Wat is pleegoudervoogdij en hoe word ik pleegoudervoogd?

    Laatst gewijzigd op: 12-09-2017


    De pleegoudervoogd is de pleegouder die ook de voogdij over het pleegkind heeft. De pleegoudervoogd is verantwoordelijk voor de verzorging en opvoeding van het pleegkind en mag belangrijke beslissingen nemen over het pleegkind. Als je pleegkind onder voogdij van een gecertificeerde instelling staat of van een derde (een natuurlijk persoon, zoals bijvoorbeeld een oma of een tante van het pleegkind) dan kun je als pleegouder op drie manier de voogdij krijgen:
    • De gecertificeerde instelling of de natuurlijke persoon vraagt de rechter om zich van de voogdij te ontslaan en de pleegouder verklaart zich bereid om de voogdij op zich te nemen;
    • De pleegouder vraagt de rechter om hem als voogd te benoemen;
    • De pleegouder vraagt de rechter om de voogdij van de gecertificeerde instelling of de natuurlijke persoon te beëindigen en zichzelf als voogd te benoemen.  
    Bij de laatste twee mogelijkheden moet je een advocaat inschakelen, die voor jou een verzoek indient bij de rechtbank. Je kunt in je eentje pleegoudervoogd worden of samen met je partner. Als je samen met je partner pleegouder bent, kunnen jullie samen met de voogdij worden belast. In dat geval zijn beide pleegouders pleegoudervoogd. Je kunt er ook voor kiezen om één van de twee partners tot pleegoudervoogd te benoemen; de andere partner blijft dan pleegouder zonder voogdij. 

    Een uitgebreide brochure over (de gevolgen van) pleegoudervoogdij is hier te bekijken.

  • Heeft de pleegoudervoogd recht op begeleiding en een pleegvergoeding?

    Laatst gewijzigd op: 30-12-2016


    De pleegoudervoogd heeft een pleegcontract met de pleegzorgaanbieder en behoudt daarmee het recht op begeleiding en een pleegvergoeding voor de verzorging en opvoeding van het pleegkind. Dit geldt ook wanneer jullie samen met de voogdij zijn belast en beiden pleegoudervoogd zijn. 

  • Is de pleegoudervoogd onderhoudsplichtig voor het pleegkind?

    Laatst gewijzigd op: 30-12-2016


    De pleegoudervoogd die als enige de voogdij over het pleegkind heeft, heeft geen onderhoudsplicht voor het pleegkind. De juridische ouder(s) blijven hiervoor verantwoordelijk. Ook gezamenlijke pleegouders zijn niet onderhoudsplichtig voor hun pleegkind zolang er een pleegcontract is met de pleegzorgaanbieder. De onderhoudsplicht blijft dan bij de juridische ouder(s). Dit verandert echter wanneer het pleegcontract wordt beëindigd, bijvoorbeeld omdat het pleegkind in een instelling wordt opgenomen. Indien er geen pleegcontract meer is, zijn de pleegoudervoogden (formeel gezien) niet langer pleegouders, maar alleen voogden van het pleegkind. In de wet staat dat gezamenlijke voogden onderhoudsplichtig zijn voor een kind tot het de leeftijd van 21 jaar bereikt.     

  • Wij zijn als pleegoudervoogden onderhoudsplichtig geworden. Kunnen wij hier iets tegen doen?

    Laatst gewijzigd op: 30-12-2016


    Het kan voorkomen dat gezamenlijke pleegoudervoogden tegen hun wil onderhoudsplichtig zijn geworden voor hun pleegkind omdat het pleegcontract met de pleegzorgaanbieder is beëindigd. In dat geval kunnen zij de rechter vragen om één van hen te laten ontslaan van de voogdij. Als de rechtbank de beëindiging van de voogdij uitspreekt, is er nog één pleegoudervoogd, waardoor de onderhoudsplicht ophoudt. Het is ook mogelijk om de rechter te vragen om beide pleegoudervoogden van de voogdij te ontslaan. Dit heeft tot gevolg dat een voogd van de gecertificeerde instelling het gezag over het kind op zich zal nemen.  

  • Erft mijn pleegkind van mij doordat ik pleegoudervoogd ben?

    Laatst gewijzigd op: 30-12-2016


    Een pleegkind blijft altijd erfgenaam van zijn juridische ouders en erft niet van zijn pleegouders, ook niet als zij de voogdij hebben. Dit komt omdat er geen familierechtelijke band is tussen het pleegkind en de pleegouders. Een pleegkind erft wel van zijn pleegouders in het geval dat het pleegkind is geadopteerd door de pleegouders. Door de adoptie ontstaat er namelijk wel een familierechtelijke band. Een andere mogelijkheid om van de pleegouders te erven is als zij dit expliciet in hun testament hebben opgenomen.  

  • Hoe wordt de pleegoudervoogdij beëindigd?

    Laatst gewijzigd op: 30-12-2016


    De pleegoudervoogdij kan worden beëindigd door de pleegoudervoogd(en) zelf of op verzoek van een ander.
    De pleegoudervoogd kan zelf de rechter vragen om ontslag van de voogdij als voldaan is aan een van de volgende gronden:

    • de pleegoudervoogd is ontslagen of de voogdij is beëindigd;
    • het gezag over het pleegkind wordt aan een of beide ouders toegekend;
    • de voogdij wordt aan een andere voogd toegekend. 

    Ook kan de rechtbank de voogdij van een pleegoudervoogd beëindigen als voldaan is aan een van de volgende gronden:

    • het pleegkind groeit zodanig op dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd en de voogd niet de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding in staat is te dragen binnen een voor de persoon en ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn;
    • de pleegoudervoogd misbruikt het gezag;
    • de pleegoudervoogd beschikt niet over de ingevolge artikel 2 van de Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie vereiste beginseltoestemming.
  • Wat is het verschil tussen eenhoofdige en gezamenlijke pleegoudervoogdij?

    Laatst gewijzigd op: 06-12-2017

    Bij eenhoofdige pleegoudervoogdij wordt één van de pleegouders pleegoudervoogd. Bij gezamenlijke pleegoudervoogdij worden beide pleegouders pleegoudervoogd. Zolang er een pleegzorgcontract is, is er geen verschil tussen eenhoofdige en gezamenlijke pleegoudervoogdij. Maar let op:

    • Als het pleegkind niet langer bij de pleegoudervoogd(en) kan blijven wonen (en bijvoorbeeld naar een instelling gaat), dan wordt het pleegzorgcontract door de pleegzorgorganisatie ontbonden. Door het ontbreken van een pleegzorgcontract wordt de pleegoudervoogd juridisch gezien enkel een 'voogd' en de pleegzorgvergoeding wordt stopgezet. Gezamenlijke voogden worden onderhoudsplichtig voor het kind. Deze onderhoudsplicht geldt niet voor de eenhoofdige voogdij.
    • Een voorwaarde voor officiële pleegzorg is dat er vanuit de gemeente een indicatie pleegzorg wordt afgegeven. Als het goed gaat met het kind - er is geen hulpvraag meer en de verzorging en beslissingsbevoegdheid liggen bij de pleegoudervoogden - kan de gemeente beslissen om geen pleegzorgindicatie af te geven voor pleegzorg. Het pleegzorgcontract wordt dan ontbonden, de pleegzorgvergoeding vervalt en gezamenlijk voogden worden onderhoudsplichtig.

Extra ondersteuning

Klachten of naar de rechter

  • Het contact met de (gezins)voogd en/of de pleegzorgbegeleider verloopt moeizaam. Kan ik ondersteuning krijgen?

    Laatst gewijzigd op: 08-05-2017

    Wanneer het contact met de gezinsvoogd of voogd van de gecertificeerde instelling en/of de pleegzorgbegeleider moeizaam verloopt, dan kun je ondersteuning krijgen van een vertrouwenspersoon. Een vertrouwenspersoon kan je helpen in het contact met de (gezins)voogd van de gecertificeerde instelling of de pleegzorgbegeleider. Zo kan een vertrouwenspersoon bijvoorbeeld meegaan naar een lastig gesprek of je helpen bij het opstellen van een klacht tegen de gecertificeerde instelling of de pleegzorgaanbieder. Wil je de hulp van een onafhankelijke vertrouwenspersoon kosteloos inschakelen? Kijk dan voor meer informatie op de website van het AKJ.

  • Kan ik een klacht indienen tegen de gecertificeerde instelling of de pleegzorgaanbieder?

    Laatst gewijzigd op: 03-01-2017


    De gecertificeerde instelling en de pleegzorgaanbieder zijn wettelijk verplicht een klachtenregeling te hebben die zij op passende wijze bekend maken. Pleegouders kunnen een klacht indienen tegen de gecertificeerde instelling of de pleegzorgaanbieder of tegen een persoon die daar werkzaam is.  De klachtenregeling moet in ieder geval voldoen aan de volgende eisen:

    • de klacht wordt behandeld door een klachtencommissie die uit ten minste drie leden bestaat, waaronder een voorzitter die niet werkzaam is voor of bij de gecertificeerde instelling of pleegzorgaanbieder; 
    • de klacht wordt niet behandeld door de persoon over wie de klacht gaat; 
    • de klachtencommissie informeert de klager, degene over wie er geklaagd is, de gecertificeerde instelling en/of de pleegzorgaanbieder schriftelijk over de beoordeling van de klacht, binnen een in de klachtenregeling vastgestelde termijn; 
    • als de vastgestelde termijn niet wordt gehaald, dan worden de klager, degene over wie geklaagd is, de gecertificeerde instelling en/of de pleegzorgaanbieder geïnformeerd over de termijn waarbinnen de klacht zal worden beoordeeld; 
    • de klager en degene over wie is geklaagd moeten de gelegenheid krijgen om een schriftelijke of mondelinge toelichting te geven over de gedraging waarover is geklaagd. In veel gevallen zal je worden uitgenodigd door de klachtencommissie om je klacht mondeling toe te lichten. Degene waarover wordt geklaagd zal dan ook worden gehoord en kan daarbij ook zijn visie geven; 
    • de klager en degene over wie is geklaagd mogen zich bij de behandeling van de klacht laten bijstaan. 

    De meeste gecertificeerde instellingen en pleegzorgaanbieders hebben het klachtenreglement op hun website geplaatst. Hierin staat beschreven hoe en waar je jouw klacht kunt indienen. Je kunt hierbij gebruik maken van onze voorbeeldbrief. Mocht je hulp willen bij het indienen van een klacht, dan kun je kosteloos hulp vragen van een onafhankelijke vertrouwenspersoon die werkzaam is bij het AKJ. Kijk voor meer informatie op de website van het AKJ. Een andere mogelijkheid is dat je je als pleegouder laat bijstaan door een advocaat.

  • Wat is mijn rol tijdens een rechtszitting?

    Laatst gewijzigd op: 26-06-2017


    Over pleegkinderen worden geregeld rechtszaken gevoerd, bijvoorbeeld om de ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing te verlengen of een omgangsregeling met de ouders te wijzigen. Wat de rol van pleegouders tijdens een rechtszitting is, hangt af van de duur van de plaatsing. Een pleegouder kan belanghebbende of informant zijn.  

    Belanghebbende

    In een procedure bij de rechtbank worden alle belanghebbenden betrokken. Als pleegouder ben je belanghebbende als je perspectief biedende pleegouder bent of je jouw pleegkind ten minste een jaar hebt verzorgd en opgevoed in je gezin. De gecertificeerde instelling heeft een lijst met belanghebbenden die van tevoren aan de rechter wordt doorgegeven. Het komt voor dat de gecertificeerde instelling de pleegouders per ongeluk niet op deze lijst zet. De rechter kan pleegouders als belanghebbende aanmerken en hen oproepen voor de zitting, maar ook dit gebeurt niet altijd. Als pleegouder kun je ook zelf aan de rechter vragen om als belanghebbende aangemerkt te worden, bijvoorbeeld door de rechtbank op te bellen of een brief te schrijven aan de rechter. Je kunt gebruik maken van onze voorbeeldbrief. Bij het opbellen naar de rechtbank kan je vragen naar de griffie jeugd- of familiezaken. Het is handig om alle gegevens van je pleegkind en de datum en tijd van de zitting bij de hand te hebben. De rechter zal het verzoek toewijzen als je perspectief biedende pleegouder bent of je een jaar of langer voor je pleegkind zorgt.    

    Als je korter dan een jaar voor je pleegkind zorgt, dan kun je de rechter ook vragen om als belanghebbende aangemerkt te worden. De rechter beoordeelt of hij dit verzoek toewijst. Ook kun je als belanghebbende aangemerkt worden als je pleegkind heeft aangegeven jou als belanghebbende bij de zitting aanwezig te willen hebben. Wanneer je belanghebbende bent, word je opgeroepen voor de zitting, ontvang je alle processtukken en zal de rechter tijdens de zitting naar je mening vragen. Als belanghebbende kun je in hoger beroep gaan. Hiervoor moet je een advocaat inschakelen.  

    Informant  

    De pleegouder die korter dan een jaar voor het pleegkind zorgt en niet als belanghebbende wordt aangemerkt, kan de rechter vragen om tijdens de zitting als informant gehoord te worden. De rol van de informant is beperkter dan die van de belanghebbende. Als informant mag je op de zitting wel je mening geven, maar je ontvangt geen processtukken.  Wanneer je het belangrijk vindt om als informant je mening te geven op de zitting, dan kun je de griffie familie- of jeugdzaken van de rechtbank bellen en vragen om als informant te worden opgeroepen voor de zitting. Het is handig om de gegevens van je pleegkind en de datum en tijd van de zitting bij de hand te hebben wanneer je de rechtbank opbelt met deze vraag. 

  • Is het raadzaam om naar een rechtszitting te gaan?

    Laatst gewijzigd op: 30-12-2016


    Wanneer je als pleegouder bent opgeroepen voor een rechtszitting, ben je niet verplicht daar naartoe te gaan. Soms kan het zelfs verstandig zijn om niet naar de zitting te gaan om zo buiten de strijd met de ouders te blijven. In andere gevallen is het wel raadzaam om naar de zitting te gaan, bijvoorbeeld als je aan de rechter wil vertellen hoe het met je pleegkind gaat en toe te lichten wat er wel en niet goed gaat. Als je zelf informatie aan de rechter wil geven, maar niet ter zitting wil verschijnen, dan heb je overigens ook de mogelijkheid om de rechter een brief te schrijven. Schrijf deze brief ruim van tevoren en in ieder geval twee weken voor de zitting. Zo weet je zeker dat de brief wordt meegenomen bij het nemen van een beslissing door de rechter. Houd er tot slot rekening mee dat de inhoud van de brief ook met de andere partijen wordt gedeeld. 

De plaatsing wordt beëindigd

  • Wanneer kan ik gebruik maken van mijn blokkaderecht om te voorkomen dat mijn pleegkind wordt weggehaald door de ouders of voogd?

    Laatst gewijzigd op: 08-05-2017


    Wanneer een pleegkind in jouw pleeggezin is geplaatst, betekent dit niet dat de ouder(s) met gezag of de voogd je pleegkind op ieder moment kunnen weghalen. Onder bepaalde voorwaarden kun je als pleegouder gebruik maken van het blokkaderecht tegenover de ouder(s) of de voogd* om te voorkomen dat het pleegkind wordt weggehaald.

    Blokkaderecht tegenover de ouders bij een vrijwillige plaatsing                    

    Een pleegkind dat met instemming van de ouder(s) één jaar of langer in een pleeggezin woont, kan daar alleen worden weggehaald als de pleegouders hiermee instemmen. Als je het oneens bent met de overplaatsing van je pleegkind door de ouders, dan kun je gebruikmaken van het blokkaderecht om te voorkomen dat je pleegkind wordt weggehaald. Je moet dit mondeling laten weten aan de voogd en daarnaast is het verstandig duidelijk in een mail of brief te zetten dat je het niet eens bent met de overplaatsing. De ouder(s) kunnen vervangende toestemming vragen aan de rechter. De rechter geeft deze toestemming alleen als hij dit in het belang van het kind noodzakelijk acht. Wijst de rechter het verzoek van de ouder(s) af, dan geldt deze afwijzing maximaal zes maanden. De ouder(s) kunnen hun kind dan niet ophalen. Als pleegouder heb je de mogelijkheid om binnen deze termijn een ondertoezichtstelling te vragen of een verzoek in te dienen om het gezag van de ouder(s) te beëindigen om te voorkomen dat de ouder(s) na het verstrijken van de termijn van zes maanden hun kind alsnog ophalen. Wijst de rechter het verzoek van de ouder(s) toe, dan ben je als pleegouder verplicht je pleegkind af te geven aan de ouders binnen de termijn die de rechter daarvoor stelt. 

    Blokkaderecht tegenover de voogd*       

    Een pleegkind dat door de voogd van de gecertificeerde instelling in een pleeggezin is geplaatst (voogdijplaatsing) en daar één jaar of langer woont, kan daar alleen worden weggehaald als de pleegouders hiermee instemmen. Als je het oneens bent met de overplaatsing van je pleegkind door de voogd, dan kun je gebruikmaken van het blokkaderecht om te voorkomen dat je pleegkind wordt weggehaald. Je moet dit mondeling laten weten aan de voogd en daarnaast is het verstandig duidelijk in een mail of brief te zetten dat je het niet eens bent met de overplaatsing. De voogd moet dan vervangende toestemming vragen aan de rechter. De rechter verleent deze toestemming alleen als hij dit in het belang van het kind noodzakelijk acht. Wijst de rechter het verzoek van de voogd af, dan geldt deze afwijzing voor maximaal zes maanden. Binnen deze termijn van zes maanden kun je als pleegouder een verzoek indienen tot beëindiging van de voogdij door de gecertificeerde instelling en de rechter vragen om pleegoudervoogd te worden. Wijst de rechter het verzoek van de voogd toe, dan ben je als pleegouder verplicht je pleegkind af te geven aan de voogd binnen de termijn die de rechter daarvoor stelt.

    * Het gaat hier dus niet om een ondertoezichtstelling. Bij een ondertoezichtstelling gelden andere regels.

    Hoe dwingend is het blokkaderecht?     

    Wanneer je gebruik maakt van het blokkaderecht, mag je pleegkind niet worden meegenomen door de ouder(s) of de voogd. Doen zij dit wel, dan is dat een strafbaar feit. Als pleegouder kun je dan een kort geding opstarten en afgifte van je pleegkind vorderen.

    NB: bij een ondertoezichtstelling gelden andere regels.

  • Mijn pleegkind is met een ondertoezichtstelling bij mij geplaatst. Kunnen de ouder(s) of de gezinsvoogd het pleegkind zomaar bij mij weghalen?

    Laatst gewijzigd op: 02-01-2017


    Wanneer je pleegkind met een ondertoezichtstelling in jouw gezin is geplaatst, kan het daar niet weggehaald worden door de ouders, omdat de rechter heeft beslist dat het kind in een pleeggezin moet wonen. De gezinsvoogd kan je pleegkind ook niet zomaar weghalen of overplaatsen. Een pleegkind dat met een ondertoezichtstelling langer dan één jaar in hetzelfde pleeggezin woont, kan daar niet door de gezinsvoogd worden weggehaald zonder rechterlijke toets. Deze toets houdt in dat de gezinsvoogd van de gecertificeerde instelling toestemming van de rechter nodig heeft voordat het mogelijk is om het pleegkind over te plaatsen. Als de gecertificeerde instelling de rechter verzoekt om toestemming voor de wijziging van de verblijfplaats van het pleegkind, dan wijst de rechter dit verzoek alleen af als de rechter dit in het belang van het kind noodzakelijk acht. Als de rechter het verzoek van de gecertificeerde instelling afwijst, dan blijft het pleegkind in jouw pleeggezin wonen.
    Wanneer de gezinsvoogd binnen een jaar nadat je pleegkind bij jou is gaan wonen, je pleegkind wil overplaatsen of terugplaatsen naar de ouder(s) en je dit niet in het belang van je pleegkind vindt, dan kun je dit als geschil aan de rechter voorleggen (geschillenregeling). Je moet hiervoor een advocaat inschakelen. De rechter zal dan op de zitting proberen een oplossing te vinden. Als dat niet lukt, neemt de rechter een beslissing die hij in het belang van het kind wenselijk acht.

Achternaam en adoptie

  • Kan mijn minderjarige pleegkind mijn achternaam aannemen?

    Laatst gewijzigd op: 14-02-2017


    Een minderjarig pleegkind kan de achternaam van zijn pleegouder krijgen. Hiervoor moet aan de volgende voorwaarden zijn voldaan:

    • de ouder(s) met gezag of de voogd dienen het verzoek tot achternaamswijziging in;
    • de pleegouder, van wie het kind de achternaam wil aannemen, is het eens met de achternaamswijziging;
    • de minderjarige van 12 jaar of ouder stemt zelf in met de achternaamswijziging;
    • de pleegouder heeft het kind dat twaalf jaar of ouder is tenminste drie jaar onmiddellijk voorafgaand aan de aanvraag verzorgd en opgevoed als behorende tot zijn gezin. Voor een kind dat jonger is dan twaalf jaar, bedraagt deze termijn van verzorging en opvoeding tenminste vijf jaar.
    • de achternaam van het kind is nog niet eerder gewijzigd op grond van het Besluit geslachtsnaamwijziging; 
    • de ouders stemmen in met de achternaamswijziging.
      Eventueel is een uitzondering op de toestemming van ouders mogelijk als het kind ouder is dan twaalf jaar en bij zijn instemming blijft.
      Een andere mogelijke uitzondering geldt voor een kind jonger dan twaalf jaar wanneer de weigerende ouder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van een ernstig misdrijf tegen het kind of wanneer de verzoeker kan aantonen dat de ouder van wie het kind de naam heeft, niet of nauwelijks met het kind heeft samengeleefd.
      Neem contact op met Justis als je denkt dat deze uitzonderingen in jullie geval gelden. Zij gaan voor je na of dit het geval is.

    Verzoek indienen  
    Het verzoek tot achternaamswijziging van het kind moet door de ouder met gezag of door de voogd worden ingediend bij Justis. Als beide ouders het gezag hebben moeten zij beiden het formulier ondertekenen. Justis beslist namens de minister van Veiligheid en Justitie of de achternaam van het pleegkind wordt gewijzigd. De pleegouder van wie het kind de achternaam krijgt en het kind van twaalf jaar of ouder, moeten ook een formulier invullen waarmee zij instemmen met het verzoek tot achternaamswijziging. Hiervoor kun je gebruik maken van de formulieren die Justis op haar website beschikbaar heeft gesteld.  

    Bezwaar en beroep 
    Wanneer Justis het verzoek tot achternaamswijziging afwijst, kan hiertegen binnen zes weken bezwaar worden ingesteld bij Justis. Hiervoor kun je gebruik maken van onze voorbeeldbrief. Ben je het ook niet eens met de beslissing op het bezwaarschrift, dan kun je binnen zes weken in beroep gaan bij de sector bestuursrecht van de rechtbank. Het is niet verplicht om een advocaat in te schakelen, hoewel dit in sommige gevallen wel raadzaam kan zijn. Als de rechtbank je in het gelijk stelt, neemt Justis het verzoek tot wijziging van de achternaam opnieuw in behandeling. Stelt de rechtbank je in het ongelijk, dan kun je nog in beroep gaan bij de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. 

  • Kan mijn meerderjarige pleegkind mijn achternaam aannemen?

    Laatst gewijzigd op: 03-01-2017


    Een meerderjarige kan de achternaam van zijn pleegouder aannemen als aan de volgende voorwaarden is voldaan:

    • de pleegouder heeft de meerderjarige, voordat hij 18 jaar werd, enige tijd verzorgd en opgevoed; 
    • de pleegouder is het eens met de achternaamswijziging.

    Verzoek indienen 
    De meerderjarige moet het verzoek tot achternaamswijziging zelf indienen bij Justis. Justis beslist namens de minister van Veiligheid en Justitie of de achternaam van het pleegkind wordt gewijzigd. Ook de pleegouder van wie de meerderjarige de achternaam wil aannemen, moet een instemmingsformulier invullen. Hiervoor kun je gebruik maken van de formulieren die Justis op haar website beschikbaar heeft gesteld.

    Bezwaar en beroep 
    Wanneer Justis het verzoek tot achternaamswijziging afwijst, kan hiertegen binnen zes weken bezwaar worden ingesteld bij Justis. Hiervoor kun je gebruik maken van onze voorbeeldbrief. Ben je het ook niet eens met de beslissing op het bezwaarschrift, dan kun je binnen zes weken in beroep gaan bij de sector bestuursrecht van de rechtbank.  Het is niet verplicht om een advocaat in te schakelen, hoewel dit in sommige gevallen wel raadzaam kan zijn. Als de rechtbank je in het gelijk stelt, neemt Justis het verzoek tot wijziging van de achternaam opnieuw in behandeling. Stelt de rechtbank je in het ongelijk, dan kun je nog in beroep gaan bij de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

  • Kan ik mijn pleegkind adopteren?

    Laatst gewijzigd op: 29-12-2016


    Het is mogelijk dat een pleegkind wordt geadopteerd door de pleegouder. De voorwaarden voor adoptie zijn de volgende:  

    • het kind is op de dag van het verzoek tot adoptie minderjarig;
    • het kind dat twaalf jaar of ouder is, heeft aan de rechter laten weten geen bezwaar te hebben tegen de adoptie door de pleegouder. Hetzelfde geldt voor een kind dat jonger is dan twaalf jaar die zijn belangen volgens de rechter voldoende kan inschatten; 
    • het kind is niet het kleinkind van de pleegouder; 
    • de pleegouder is tenminste 18 jaar ouder dan het kind; 
    • de ouders van het kind spreken het verzoek tot adoptie niet tegen; 
    • de minderjarige moeder van het kind is op de dag van het verzoek tot adoptie 16 jaar of ouder;
    • de pleegouder heeft het kind tenminste een jaar verzorgd en opgevoed; 
    • de ouder(s) van het kind hebben niet of niet langer het gezag over het pleegkind.
    • Het is duidelijk dat het kind niets meer van zijn/haar ouders heeft te verwachten.

    Wanneer de ouders het verzoek tot adoptie tegenspreken, dan kan de adoptie in principe niet doorgaan. In de volgende gevallen kan de rechter besluiten om toch voorbij te gaan aan de bezwaren van de ouders:

    • het kind en de ouder hebben nauwelijks in gezinsverband samengeleefd, of 
    • de ouder heeft het gezag over het kind misbruikt of de verzorging en opvoeding van het kind op grove wijze verwaarloosd, of 
    • de ouder is onherroepelijk veroordeeld voor het plegen van een ernstig misdrijf tegen het kind.   

    De adoptieprocedure    
    Wanneer je hebt besloten dat je jouw pleegkind wilt adopteren, dan heb je een advocaat nodig om de procedure op te starten. De advocaat dient een verzoekschrift in bij de rechtbank.  De rechter zal alle belanghebbende horen en goed kijken naar het belang van het kind bij de adoptie. De rechter doet binnen 4 weken schriftelijk uitspraak.  

    Gevolgen adoptie  
    Wanneer de rechter het adoptieverzoek toewijst, betekent dit dat de familierechtelijke banden tussen het kind en zijn ouders wordt verbroken. Het kind wordt dan officieel familie van de pleegouders en krijgt de achternaam van de adoptieouders. Ook wordt het kind erfgenaam van de adoptieouders. Er is niet langer sprake van pleegouderschap, maar van ouderschap. 

Scheiden pleegouders

  • Mijn partner en ik gaan scheiden. Wat betekent dit voor de plaatsing van ons pleegkind?

    Laatst gewijzigd op: 30-12-2016


    Als pleegouders gaan scheiden dan kunnen zij samen of eventueel alleen hun pleegkind verder verzorgen en opvoeden. Wanneer de pleegouders de voogdij over hun pleegkind hebben, dan hebben zij, net als ouders, de wettelijke verplichting om een ouderschapsplan op te stellen. In dit ouderschapsplan worden afspraken gemaakt over de verzorging en opvoeding van het gezamenlijke pleegkind na scheiding. Dit ouderschapsplan moet worden opgesteld door een advocaat wanneer het huwelijk of geregistreerd partnerschap wordt beëindigd via de rechtbank. Wanneer de pleegouders na samenwoning gaan scheiden kan dit ouderschapsplan ook door een ander dan een advocaat worden opgesteld.

    Wanneer de pleegouders niet de voogdij over hun pleegkind hebben, dan hebben zij geen wettelijke verplichting om een ouderschapsplan op te stellen. Ook in dat geval is het belangrijk dat, wanneer dit mogelijk is, de opvoedingssituatie van het pleegkind wordt gecontinueerd na scheiding. Beide pleegouders behouden het recht op omgang met hun pleegkind en kunnen samen of eventueel alleen voor hun gezamenlijke pleegkind blijven zorgen. Het is dan ook belangrijk dat de pleegouders contact opnemen met de gezinsvoogd of de voogd van de gecertificeerde instelling en de pleegzorgbegeleider om samen een plan te maken waarin wordt geregeld bij wie het kind gaat wonen (dit kan ook co-ouderschap zijn) en/of hoe de omgang met de andere pleegouder wordt vormgegeven.  

Ziekte en overlijden

  • Wie moet er toestemming geven voor een medische behandeling van mijn pleegkind?

    Laatst gewijzigd op: 02-01-2017


    Degene die het gezag over een kind heeft, is verantwoordelijk voor de verzorging en opvoeding van het kind. Hieronder valt ook de zorg voor medische behandelingen. Het is afhankelijk van de leeftijd van het kind wie er toestemming moet geven voor een medische behandeling. Er zijn drie leeftijdscategorieën:

    • kind tot 12 jaar: beide ouders met gezag of de voogd moeten toestemming geven voor een medische behandeling. 
    • kind van 12 tot 16 jaar: beide ouders met gezag of de voogd moeten toestemming geven voor een medische behandeling alsook het kind zelf.   
    • kind van 16 jaar en ouder: er is geen toestemming vereist van de ouders met gezag of voogd. De toestemming van het kind zelf is voldoende om een medische behandeling te ondergaan. Een uitzondering hierop geldt voor een kind van 16 jaar of ouder dat niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen, bijvoorbeeld omdat er sprake is van een verstandelijke beperking.

    Geen toestemming voor een kind jonger dan 12 jaar 

    Wanneer de ouders met gezag of de voogd geen toestemming geven voor een medische behandeling van een pleegkind dat jonger is dan twaalf jaar, kan de medische behandeling in principe niet doorgaan. In het geval dat het pleegkind de medische behandeling toch nodig heeft voor zijn gezondheid, dan kan het gezag van de ouder(s) of voogd tijdelijk worden geschorst door de rechter op verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming. Dit gebeurt wanneer het kind gevaar loopt als niet medisch wordt ingegrepen. Wanneer er geen sprake is van acuut gevaar en uw pleegkind heeft een medische behandeling nodig waarvoor de ouders met gezag de toestemming weigeren, dan kan de gezinsvoogd een verzoek tot gedeeltelijke uitvoering gezag bij de rechtbank indienen. De rechter kan de gezinsvoogd dan de bevoegdheid geven het gezag van de ouders gedeeltelijk, namelijk voor medische beslissingen, over te nemen. De gezinsvoogd kan vervolgens toestemming geven voor de medische behandeling van je pleegkind. 

    Geen toestemming voor een kind van 12-16 jaar  

    In het geval dat de ouders met gezag of de voogd geen toestemming geven voor de medische behandeling van het pleegkind in de leeftijd van 12 tot 16 jaar, dan kan de medische behandeling in sommige gevallen toch doorgaan zonder deze toestemming. Namelijk als de medische behandeling noodzakelijk is om ernstig nadeel voor het pleegkind te voorkomen of wanneer het pleegkind de medische behandeling ook na de weigering van de toestemming door de ouders of voogd weloverwogen blijft wensen. Het is dan aan de arts, in het kader van goed hulpverlenerschap, om te beslissen of hij de medische behandeling wel of niet uitvoert. De overheveling van het gezag aan de gezinsvoogd, zoals hiervoor genoemd, kan ook hier mogelijk uitkomst bieden. 

  • Heb ik recht op inzage in het medische dossier van mijn pleegkind?

    Laatst gewijzigd op: 30-12-2016


    Als je pleegkind een medische behandeling heeft ondergaan, dan is er een medisch dossier opgesteld. Wanneer het pleegkind jonger is dan 12 jaar, dan hebben de ouder(s) met gezag of de voogd recht op inzage in het medisch dossier. Voor een pleegkind in de leeftijd van 12 tot 16 jaar geldt dat de ouder(s) met gezag of de voogd en het kind samen het recht op inzicht in het medisch dossier hebben. Als het pleegkind niet wil dat de ouder(s) met gezag of de voogd inzage in het medisch dossier krijgen, dan kan het pleegkind de hulpverlener vragen om dit te weigeren. Voor een pleegkind dat ouder is dan 16 jaar geldt dat alleen het kind zelf recht heeft op inzage in het medisch dossier. Voor pleegouders geldt dat zij geen recht hebben op inzage in het medisch dossier van hun pleegkind, tenzij zij pleegoudervoogd zijn.  

  • Mijn pleegkind overlijdt. Wat is mijn rol na het overlijden van mijn pleegkind?

    Laatst gewijzigd op: 30-12-2016


    Wanneer een pleegkind overlijdt, is dit een zeer verdrietige gebeurtenis, zowel voor jullie als pleegouders als voor de ouders. De rol en de positie die de pleegouder na het overlijden heeft, kan verschillen. Dit is afhankelijk van het contact met de ouders en familie en het soort plaatsing. Als het pleegkind in het vrijwillig kader in je pleeggezin woonde, dan mogen de ouder(s) met gezag de beslissingen rondom het overlijden nemen. Ditzelfde geldt voor een pleegkind dat met een ondertoezichtstelling in je pleeggezin woonde. De ondertoezichtstelling vervalt op het moment dat het pleegkind overlijdt en dus mogen de ouders de beslissingen nemen die te maken hebben met de uitvaart en alle andere zaken die geregeld moeten worden naar aanleiding van het overlijden.
    Als het pleegkind een voogd van de gecertificeerde instelling had, zal de voogd de pleegouders waarschijnlijk meer betrekken bij de beslissingen rondom het overlijden. Als de pleegouders zelf de voogdij hadden, mogen zij alle beslissingen zelf nemen. Wel is het belangrijk om, wanneer dit mogelijk is, zoveel mogelijk te overleggen met de ouders.    

Terug

Sluiten