NEDERLANDSE VERENIGING VOOR PLEEGGEZINNEN

Nieuws

10/02/2010

NVP bij Toekomstverkenning Jeugdzorg

Op maandag 8 februari was NVP-directeur Maria de Vries te gast in de Tweede Kamer. Op uitnodiging van de werkgroep Toekomstverkenning Jeugdzorg mocht ze de visie van de NVP op jeugdzorg verwoorden.

“Wij maken ons zorgen,” uitte De Vries. “Bijvoorbeeld over het kader waarin kinderen geplaatst zijn: het justitiële of het vrijwillige kader. Ongeveer een derde van de plaatsingen vindt plaats in het vrijwillige kader, met ouders instemmen met plaatsing van hun kind. Binnen het justitiële kader wonen kinderen voor een langere termijn in een pleeggezin. Dan neemt de gezinsvoogd de besluiten. De positie van pleegouders zou duidelijker moeten zijn, omdat zij een behoorlijke rol in de opvoeding en verzorging van het kind spelen. Maar de praktijk is anders.”

Netwerkpleegzorg
De Vries vroeg ook om aandacht voor de netwerkpleegzorg. “De netwerkpleegzorg is een derde van alle pleegzorg. Maar die valt nu buiten Bureau Jeugdzorg en de voorziening voor pleegzorg. Deze groep mensen is aangewezen op reguliere voorzieningen, de Centra voor Jeugd en Gezin. Bovendien zijn veel netwerkpleegouders bang dat hun kind of kleinkind op een verkeerde manier wordt behandeld. Grootouders of andere bekenden willen wel voor een kind zorgen, maar niets te maken hebben met Bureau Jeugdzorg. Veel netwerkpleegouders worden zo zorgmijders.”

Van residentiële setting naar pleeggezin?
“Minister Rouvoet wil kinderen uit een residentiële setting in pleeggezinnen plaatsen. Wij maken ons daar grote zorgen over. Kinderen zijn over het algemeen niet voor niks in een residentiële setting geplaatst. Vaak, na goede observatie en diagnostiek, zit een kind daar omdat het dat nodig heeft. Het is verbazend dat deze kinderen op een gegeven moment zullen moeten doorstromen naar pleeggezinnen, om daarin een plek te krijgen. Het is maar de vraag of dat gaat lukken.”

Dit gesprek was een onderdeel van de toekomstverkenning van de jeugdzorg. Jaarlijks zullen er maximaal drie van zulke uitvoerings- of toekomstonderzoeken worden uitgevoerd, zo besloot de Tweede Kamer op 1 oktober 2009. En in 2010 was het al de beurt aan de jeugdzorg. Nu het kabinet demissionair is zullen er geen voorstellen van minister Rouvoet meer worden behandeld, maar het onderzoek gaat gewoon door.