Nieuws
20/05/2010
Antwoord van de NVP
Geachte pleegouder,
Ik ben blij met mensen als u. Dankzij uw bereidheid en inzet kunnen uw kleinkinderen in een veilige en gezonde omgeving opgroeien. Dat dat bovendien kan in een vertrouwde omgeving, dichtbij huis, is een geweldige oplossing. Dat vindt ook het Ministerie van Jeugd en Gezin, en ook de NVP. Maar uit uw brief blijkt tegelijk hoe lastig het kan zijn om netwerkpleegzorg (financieel) te organiseren.
Indicatie
Als ouders voor kortere of langere tijd niet voor hun kinderen zorgen, zoeken ze een netwerkpleegouder als u. Gezamenlijk maakt u vervolgens, als dat mogelijk is duidelijke afspraken, In eventuele voorafgaande hulpverlening, bijvoorbeeld op een Eigen Kracht-conferentie (EKC), kan deze oplossing zelfs worden geadviseerd. Maar zelfs dan wordt deze vorm van pleegzorg niet vergoed. De pleegouder is voor een financiële bijdrage aangewezen op de ouders, kinderbijslag en eventuele andere regelingen van gemeenten en de belastingdienst. Pas als Bureau Jeugdzorg deze keuze voor netwerkpleegzorg deelt, een indicatie afgeeft en het kind aanmeldt bij een zorgaanbieder, ontvangt de netwerkpleegouder een pleegzorgvergoeding en begeleiding voor het kind.
Een indicatie van een Bureau Jeugdzorg vormt dus de sleutel tot ondersteuning, zowel materieel als immaterieel. In zijn brief aan de Tweede Kamer van juli 2009 schrijft minister Rouvoet dat de Wet op de jeugdzorg geen financiële vergoedingenwet is. Daarom krijgen alleen pleeggezinnen met een indicatie voor jeugdzorg een pleegzorgvergoeding en begeleiding. En die indicatie wordt alleen verstrekt als het kind een hulpvraag heeft vanwege opvoed- of opgroeiproblemen. Zonder indicatie zijn de natuurlijke ouders volledig financieel verantwoordelijk voor het kind. Netwerkpleegouders met een laag inkomen kunnen een beroep doen op bijzondere bijstand via de gemeente.
Hulpvraag
De NVP vindt het terecht dat korte, tijdelijke opvang in een netwerk, voor bijvoorbeeld vakantie of verblijf van ouders in het buitenland, niet wordt vergoed. Maar voor kort- of langdurende pleegzorg anders dan bovengenoemd moeten er financiële afspraken mogelijk zijn. De NVP kent veel gevallen waarbij ouders, om wat voor reden dan ook, niet in staat zijn hun kind veilig en verantwoord te laten opgroeien. Vaak lijkt met het kind alles goed te gaan, en dus blijft een indicatie voor jeugdzorg uit. Maar de NVP vindt dat ieder kind dat niet thuis kan wonen een hulpvraag heeft. Bureau jeugdzorg wordt er soms niet bij betrokken, en als het goed gaat is er ook geen begeleiding nodig. De bereidheid om pleegkinderen op te nemen moet niet worden belemmerd door een gebrek aan financiële ondersteuning.
Rekenvoorbeeld
Zonder vergoeding kampen veel netwerkpleegouders met een financieel gat. Een rekenvoorbeeld:
Grootouders (zie de uitzending van Argos over netwerkpleegzorg) hebben hun kleindochter opgenomen in hun gezin. Moeder en vader zijn niet competent om hun dochter op te voeden. Maar de pleeggrootouders krijgen geen indicatie van Bureau Jeugdzorg. Er is, zoals het nu lijkt, alleen een financiële vraag, geen gedrags- of opvoedproblemen. En dus is de familie aangewezen op reguliere voorzieningen van de gemeente. Sinds kort krijgen ze per kwartaal € 278,55 kinderbijslag. Per maand ontvangen ze in totaal € 195,85 om in het levensonderhoud van hun kleinkind te voorzien. Volgens de het Nibud kost de kleindochter, 16 jaar en scholier, haar ouders € 485,00 per maand, exclusief woonlasten. De grootouders hebben dus een maandelijks tekort van 200 tot 300 euro.
Wat u kunt doen
Op uw vraag naar een financiële vergoeding kan ik geen bevredigend, maar slechts een eerlijk antwoord geven. Zonder indicatie komt u niet in aanmerking voor een pleegzorgvergoeding. U zult het moeten doen met de kinderbijslag en eventuele andere voorzieningen van de gemeente, een bijdrage van de ouders en uw eigen salaris. Ik ben me er terdege van bewust dat dat soms onhaalbaar is. Daarom blijft de NVP zich inzetten voor een betere organisatie van de pleegzorg. Via onze website houden we u op de hoogte van ontwikkelingen in de netwerkpleegzorg en hoe de NVP daarin uw belangen behartigt. Want netwerkpleegzorg is mooi, maar niet haalbaar als de financiële tekorten zich opstapelen.
Ik ga ervan uit dat ik hiermee uw vraag heb beantwoord. Mocht u behoefte hebben aan meer overleg of advies, neem dan gerust opnieuw contact met ons op. Ik hoop van harte dat uw zorg voor uw kleinkinderen ook financieel mogelijk wordt gemaakt.
Met vriendelijke groet,
Maria de Vries
directeur NVP
PS: De Nota van toelichting bij de Wet op de jeugdzorg vermeldt het volgende over de aanspraak op jeugdzorg:
“Van doorslaggevend belang is de mate waarin het probleemoplossend vermogen (de draagkracht) overschreden is en ouders de greep op de opvoeding kwijt zijn dan wel het kind belemmerd wordt in het opgroeien. […] Een oordeel over de noodzakelijke jeugdzorg kan slechts validiteit hebben, als een analyse heeft plaats gevonden van de aard en de ernst van de concrete problemen die zich voordoen in relatie tot de probleemoplossende mogelijkheden van de gezinnen en de sociale of professionele steunbronnen in de eigen omgeving van het kind.”
En in artikel 4, lid 2:
“Geen aanspraak bestaat op verblijf (waaronder verblijf in een officieel pleeggezin) voor zover: a. de jeugdige geen psychosociale, psychische of gedragsproblemen heeft, dan wel de jeugdige of ouders, stiefouder, of anderen die hem als behorend tot hun gezin verzorgen en opvoeden, de psychosociale, psychisch of gedragsproblemen van die jeugdige het hoofd kunnen bieden, al dan niet met jeugdhulp als bedoeld in artikel 3, met behulp van personen in hun directe omgeving of met behulp van andere voorzieningen die hulp bieden dan zorgaanbieders.”
Het gaat hierin met name over het probleemoplossend vermogen van onder andere de sociale omgeving (= netwerk). In die zin maakt dit artikel maakt de weg vrij voor mantelzorg. Maar de financiële consequenties voor het ‘probleemoplossend vermogen’ worden buiten beschouwing gelaten.
